Deel dit artikel

charles darwin, grondlegger van de evolutietheorie, was ervan overtuigd dat evolutie nooit rechtstreeks kon worden waargenomen. vandaag zijn onderzoekers over de hele wereld nochtans elke dag getuige van verrassende evolutionaire veranderingen in evolutie-experimenten met allerhande soorten micro-organismen. deze evolutie-experimenten vormen niet alleen een prachtige illustratie van darwins ideeën, ze leveren ons tegelijk fundamentele inzichten in de biologische mechanismen achter evolutionaire processen en complexe eigenschappen zoals antibioticumresistentie.

Experimenteren met evolutie

Jan Michiels, Joran Michiels en Bram van den Bergh

Evolutie vormt een van de fundamenten van de biologie. Van het ontstaan van het leven en de enorme diversiteit aan soorten op onze planeet tot verwoestende ziekten zoals malaria en kanker, steeds vormen evolutionaire principes de sleutel tot het verklaren van deze biologische fenomenen. Een beroemde en vaak aangehaalde uitspraak van de Oekraïens-Amerikaanse evolutiebioloog Theodosius Dobzhansky illustreert dit treffend: ‘Niets in de biologie heeft betekenis behalve in het licht van evolutie.’

Het is bekend dat Charles Darwin, de onbetwiste grondlegger van de evolutieleer, geloofde dat het onmogelijk was om evolutie rechtstreeks waar te nemen. Darwin ging dus niet uit van directe observaties, maar baseerde zijn theorie op huidige afspiegelingen van voorbije evolutie, zoals de variatiepatronen tussen en binnen soorten. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn de sterk uiteenlopende bekvormen van de verschillende soorten vinken op de Galapagoseilanden (de zogenaamde ‘Darwinvinken’). Darwin begreep dat deze grote variatie aan vinkensoorten ontstaan was vanuit één gemeenschappelijke voorouder. De nakomelingen van die voorouder vertoonden door toeval steeds kleine veranderingen in eigenschappen. Nakomelingen die hierdoor beter aangepast waren aan hun omgeving, hadden meer kans om te overleven en hun eigenschappen aan volgende generaties door te geven. Darwin noemde dit proces ‘natuurlijke selectie’. Vandaag weten we dat deze veranderingen veroorzaakt worden door willekeurige foutjes in de DNA-code. Genetische mutaties liggen dus aan de basis van variatie tussen individuen en leveren het ruwe materiaal aan waarop natuurlijke selectie plaatsgrijpt. Dit noemen we de ‘moderne synthese’ of het neodarwinisme.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 59. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen