Deel dit artikel

Een distale radiusfractur, of simpelweg een gebroken pols, kan op verschillende manieren behandeld worden. Dat gebeurt ook: meestal wordt gebruikgemaakt van een gipsverband, maar een operatie is ook een mogelijkheid. Onderzoek heeft uitgewezen dat sommige Nederlandse ziekenhuizen beduidend vaker overgaan tot opereren dan andere. Zijn er dan geen algemeen geldende richtlijnen? Is dergelijke praktijkvariatie wel terecht en acceptabel?

Vinger aan de gebroken pols

Het verschijnsel praktijkvariatie in de medische zorg

Gert Westert

In de zomer van 2016 benaderde een jonge dokter in opleiding mij met de vraag of ik kon helpen bij een probleem waar zij tegenaan liep. Het viel haar op dat de behandelingswijze van een distale radiusfractuur, een gebroken pols, verschilt tussen ziekenhuizen. Ze werkte tijdens haar opleiding op meerdere plekken en stuitte hierdoor op het verschijnsel van de couleur locale. Meer specifiek viel haar op dat de operatiegeneigdheid interlokaal nogal verschilde. De keuze voor operatiekamer of gipskamer viel niet overal gelijk uit. We besloten dit verder uit te zoeken en vroegen de declaratiegegevens van alle Nederlandse polsbreuken bij de zorgverzekeraars op. Wat bleek? In Nederland breken jaarlijks ruim 40 000 mensen een pols of, beter gezegd, worden er 40 000 behandelingen voor een distale radiusfractuur gedeclareerd bij de zorgverzekeraars. Deze zorg kost jaarlijks 42 miljoen euro. Gemiddeld wordt 10 % van de polsbreuken operatief gefixeerd. Dit percentage varieert echter van 0 tot 23 % tussen de ziekenhuizen. 90 % van de polsbreuken wordt in het gips gezet, met of zonder kleurtje, voor 500 euro. De operatieve variant kost zo’n 6 000 euro. Het type ziekenhuis (universitair medisch centrum, opleidingsziekenhuis of algemeen ziekenhuis) bleek niet van invloed op de operatiegeneigdheid. Met andere woorden: de hypothese dat in meer gespecialiseerde ziekenhuizen de complexere casussen worden behandeld en dus vaker voor operatie wordt gekozen, bleek niet te kloppen. De operatiegeneigdheid verschilde ook nauwelijks tussen algemeen chirurg of traumachirurg en orthopedisch chirurg, respectievelijk 10 % en 9 %.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 67. De volledige tekst verschijnt later online.
Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen