Deel dit artikel

het beeld van dieren als willoze wezens werkt nog steeds door in de hedendaagse dierwetenschappen. die perceptie is minder onschuldig dan ze lijkt, beweert filosofe vinciane despret, want als het zo is dat het mentale leven van dieren niets of weinig voorstelt dan is er ook geen reden om hen in ons morele leven te betrekken. dieren vallen zo al gauw ten prooi aan onverschilligheid en misbruik. in een vurig pleidooi roept ze wetenschappers op om opnieuw vragen te stellen over het mentale leven van dieren.

Wat denken die dieren wel?

Pieter R. Adriaens

De Amerikaanse filosoof Mark Rowlands zei ooit dat zelfs de beste filosofen absurde opvattingen verdedigen als het over dieren gaat. Hij verwees daarbij naar zijn collega Donald Davidson, die argumenteerde dat dieren niet in staat zijn tot het hebben van overtuigingen, en naar René Descartes, die enkele eeuwen eerder had beweerd dat het dieren zelfs ontbreekt aan bewuste ervaringen, zoals honger en pijn. Descartes beschouwde alle dieren daarom als automaten die, bij gebrek aan enige vorm van autonomie, alleen in staat zijn tot reageren, maar niet tot ageren. Volgens de Luikse filosofe Vinciane Despret werkt dat beeld van dieren als willoze wezens nog steeds door in de hedendaagse dierwetenschappen (animal sciences). Die stelling verdedigt ze in een intrigerend en fijngevoelig modern abecedarium, What Would Animals Say If We Asked the Right Questions? – een recente vertaling van het oorspronkelijke Que diraient les animaux, si … on leur posait les bonnes questions? Een van de grondthema’s van veel wetenschappelijk onderzoek over dieren, zo meent ze, is de opvatting dat dieren eerder gedreven worden door onpersoonlijke en oncontroleerbare krachten, zoals reflexen en instincten, dan door mentale toestanden, zoals ervaringen en overtuigingen. Die perceptie is minder onschuldig dan ze misschien lijkt, want als het waar is dat het mentale leven van dieren weinig of niets voorstelt, dan is er ook geen goede reden om hen in ons morele leven te betrekken. Elke moraalfilosofische theorie die morele belangen of rechten toekent aan dieren, doet dat op basis van de veronderstelling dat ze bepaalde mentale toestanden hebben. En bij gebrek aan morele belangen of rechten zijn dieren ten prooi aan onverschilligheid en, in het slechtste geval, misbruik. Die logica toont zich onder meer in de brutaliteit van de huidige bio-industrie, maar volgens Despret doet ze zich ook voor in de dierwetenschappen, zowel vroeger als vandaag.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 64.
De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen