TIJDSCHRIFT VAN WETENSCHAP

ESSAY

Hoe leest een geesteswetenschapper een brief uit de klassieke oudheid? Een cognitief-taalkundige analyse onderzoekt welke kennis en ervaringen schrijver en lezer delen. Een sociolinguïstische benadering kijkt naar taalverschillen, sociale groepen en meertaligheid. En wie een briefverzameling chronologisch leest, ziet niet alleen losse documenten, maar levensverhalen die zich langzaam ontvouwen. Wat onthullen deze leeswijzen over Cicero en het Romeinse Rijk?

De correspondentie van Marcus Tullius Cicero: drie leeswijzen in wetenschappelijk perspectief

Het lezen van een brief van een slordige tweeduizend jaar geleden is sensationeel, omdat het je even onderdeel maakt van het verleden. De beroemde Romeinse staatsman, redenaar en filosoof Marcus Tullius Cicero (106-43 v. Chr.) schrijft bijvoorbeeld aan zijn vriend Trebatius (Cicero, Epistula ad familiares 7.22): ‘Gisteren bij het drinken zat je me belachelijk te maken om mijn opmerking dat het omstreden is of een erfgenaam juridische stappen kan ondernemen ingeval van diefstal, als die vóór de opeising is gepleegd. Het was laat en ik had zeker wat op, maar heb thuis meteen de paragraaf gemarkeerd waar deze discussie wordt gevoerd, en stuur je hierbij een kopie.’ En in een andere een brief, die we zelfs nog in de originele handgeschreven vorm over hebben uit ongeveer 100 n. Chr. groet Claudia Severa haar vriendin Sulpicia Lepidina en vervolgt: ‘Ik nodig je graag uit, mijn zuster, om mijn verjaardag te vieren op de derde dag voor de Idus van september zodat je de dag voor mij aangenamer maakt door je komst naar ons.’ (Tabula Vindolandensis 291).

Na een avondje vol wijn nog even terugkomen op een discussie of een vriendin uitnodigen voor je verjaardag: als hedendaagse lezer herkennen we al snel de relationele situaties. Anderzijds zijn er elementen in antieke brieven die we slechts in grote lijnen kennen, zoals de vraag hoe een privé-archief van juridische documenten er uitzag en waarom men in het Romeinse Rijk data vastlegde al terugtellend vanaf drie vaste dagen in de maand: de Kalendae, de eerste dag van de maand, de Nonae, een week later, en de Idus, die zo’n twee weken later dan de Kalendae viel.

Historische brieven brengen ons op verschillende manieren dicht bij de levens van de briefschrijvers en hun geadresseerden en precies dat aspect van het briefgenre is ook wetenschappelijk interessant. Een cognitief-taalkundige benadering verklaart en verdiept de bovengeschetste combinatie van herkenning en vervreemding die we bij het lezen van een enkele brief ervaren. En met sociolinguïstisch onderzoek kunnen we talige kenmerken koppelen aan sociale kenmerken van de briefschrijver, de geadresseerde of de context, waardoor patronen zichtbaar worden op het gebied van bijvoorbeeld beleefdheid.  Dat kan alleen in grotere briefcollecties, zoals de circa achthonderd brieven die in Vindolanda gevonden zijn, waar ook de brief van Claudia Severa toe behoort. Naast de cognitief-taalkundige en sociolinguïstische onderzoeken van brieven, is het interessant een narratief-historische leeswijze te exploreren. Dat is de dagboekachtige leeservaring van een chronologisch geordende briefcollectie van één specifieke persoon. De correspondentie van Cicero leent zich hier uitstekend voor, maar vanwege de omvang van de collectie (een kleine duizend brieven) waren tot vorig jaar de meeste brieven van Cicero nog niet in het Nederlands vertaald en ook in andere talen wordt meestal gekozen voor het uitgeven van een selectie uit de brieven, meestal op basis van de geadresseerde. Een aantal jaren geleden besloot een Nederlands vertalerscollectief met zowel ervaren Cicero-specialisten als jonge, talentvolle vertalers de krachten te bundelen. Ze hebben samen aan een volledige en chronologische vertaling gewerkt onder leiding van de redacteuren Piet Gerbrandy en Daan den Hengst en daardoor is het dus eindelijk mogelijk deze briefcollectie van de eerste tot de laatste brief in het Nederlands te lezen.

Het vervolg van dit artikel leest u in de papieren versie van Karakter. De volledige tekst verschijnt later online.

Dit artikel verscheen in Karakter nr. 95 · Creative Commons BY-NC-ND