Deel dit artikel

filosoof roger scruton, vorig jaar overleden, besteedde tijdens zijn lange loopbaan veel aandacht aan religiositeit en nood aan verlossing. een aantal van zijn werken namen de verdediging van het christendom op. dit alles impliceert echter niet dat hij ook het christelijke geloof verdedigde: in zijn ogen hoorden ‘godsdienstig’ en ‘gelovig’ helemaal niet als synoniemen gezien te worden. zo kunnen onder meer eerbied voor rituelen en aandacht voor het sacrale ook buiten een geloofscontext bestaan en zingeving bieden. bovenal pleitte scruton ervoor de godsdienst niet louter intellectualistisch te benaderen of los te maken van de kern ervan: de religieuze beleving en het gemeenschapsleven waarin het tot bloei komt.

Roger Scrutons dubbelzinnigheid: een religie zonder geloof?

Arnold Burms en Herman De Dijn

Een conservatieve filosoof die de christelijke godsdienst verdedigt, zullen we geneigd zijn als een conservatieve christen te zien. Maar tot die laatste categorie behoorde Roger Scruton niet. Want hoewel hij aan de religie binnen zijn ontzaglijke en veelzijdige oeuvre een grote plaats toekende en uitermate zijn best deed om er zo veel mogelijk zin aan te geven, waren zijn bedoelingen duidelijk niet apologetisch: hij had moeite om met het christendom ook het christelijke geloof te verdedigen. Daardoor kreeg zijn positie een grote ongemakkelijkheid. Want terwijl hij duidelijk gedreven werd door een intense religiositeit en door een sterke nood aan verlossing, bleef de aanvaarding van de christelijke geloofsleer voor hem toch altijd problematisch.

Uitgangspunten voor hem waren een passie voor kunst en een ongewone gevoeligheid voor rituelen. Het wordt in het algemeen als een triviale waarheid beschouwd dat voor het waarderen van kunst geen religieus geloof nodig is. Nu veronderstelde Scruton – misschien wel terecht – dat de esthetische gevoeligheid haar wortels heeft in een respect voor rituelen en ceremonies. Maar met de waarheid van deze veronderstelling was er voor zijn probleem geen oplossing gegeven, wel integendeel: voor het respecteren van rituelen of ceremonies is geen geloof vereist.

Wij zijn zodanig gewend godsdienst en geloof te verbinden dat het voor ons evident lijkt ‘godsdienstig’ en ‘gelovig’ als synoniemen te zien. Dat de zaken zo worden gezien is eigenlijk helemaal niet zo evident, maar heeft alles te maken met de enorme invloed van het christendom. Wat zou het kunnen betekenen dat iemand zonder enig geloof toch godsdienstig zou kunnen zijn? Het vraagt een sprong van de verbeelding om te begrijpen dat de identificatie van ‘godsdienstig’ en ‘gelovig’ helemaal niet zo vanzelfsprekend is en dat we de gegevens helemaal anders zouden kunnen zien. In elk geval, voor de Griekse en Romeinse oudheid stelde het probleem van wat men dient te geloven om godsdienstig te zijn zich helemaal niet. Er was geen instantie die dat voorschreef, geen Boek dat als toetssteen kon gelden. Wat telde was of de rituelen met de grootste zorg en nauwkeurigheid werden uitgevoerd.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 74. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen