Deel dit artikel

‘populisme’ is al even een thema dat zowel in de media als binnen de wetenschap bijzondere aandacht geniet. politieke wetenschappers voeren rijk, divers en goed onderbouwd onderzoek naar onder meer populistisch stem- en partijgedrag en recente veranderingen in de voornamelijk europese politiek. het concept populisme blijft echter lastig te definiëren, niet alleen omdat er zoveel verschillende vormen van bestaan, maar ook omdat het onderscheid met aanpalende ideologieën – denk fascisme, socialisme of demagogie – moeilijk te maken is. mogelijk kan de discipline van de politieke filosofie een en ander verhelderen.

De populistische paradox

Over Le siècle du populisme

Anton Jäger

Er wordt nog altijd een stevig stukje afgeschreven over ‘populisme’. In het laatste jaar alleen al verschenen er 25 boeken over het thema, terwijl krantenkaternen wekelijkse columns volproppen met de term. In 2017 werd er zelfs een tijdschrift gewijd aan het onderwerp gelanceerd – het nogal boud getitelde Populism.

Twee disciplines bezetten de voorste rij in die trend: de politicologie en politieke filosofie, dat laatste genre sporadisch aangevuld met wat werk in de ideeëngeschiedenis. Het eerste type onderzoek vinden we natuurlijk vooral in vakgroepen politieke wetenschap. Daar bieden onderzoekers kwantitatieve en kwalitatieve inzichten in de recente veranderingen in voornamelijk, maar niet uitsluitend, Europese partijstelsels, geïllustreerd door de opkomst van het zogenaamde ‘populisme’. Dat omvat onderzoek naar populistische stempatronen, populistisch partijgedrag, populistische coalities, en populistische beleidsplatforms. Die literatuur is empirisch rijk en divers en puilt uit van comparatieve inzichten. Onderwijl kan ze ook bogen op een hoge graad aan statistische sofisticering. Toch kan de politicologische greep op de term ‘populisme’ soms wat glibberig overkomen. Politieke wetenschappers lijken niet in staat om het fenomeen volledig vast te pinnen; deels omdat er zoveel verschillende variëteiten populisme de ronde doen, deels omdat het ‘populisme’ niet altijd onderscheiden kan worden van aanpalende ideologieën als fascisme, socialisme of demagogie, zowel op vlak van gedachtegoed als op vlak van organisatie.

De politieke filosofie biedt daarbij een welkome ondersteuning: die organiseert ondertussen permanente export naar haar buurdiscipline. Het werk van deze tweede discipline over populisme omvat nu een rijke waaier aan benaderingen, variërend van de ‘ideationele’ over de ‘discursieve’ tot de ‘strategische’. De ideationele strekking ziet het populisme als een ‘dunne ideologie’, een gedachtegoed dat zich makkelijk in verschillende tradities nestelt en allerlei hybride vormen mogelijk maakt – een populistisch socialisme, een populistisch fascisme en een populistisch liberalisme zijn allemaal mogelijk. De ‘discursieve’ ziet het als een discours of een stijl, een vorm van politieke performance die bepaalde subjecten schept. De strategische ziet het populisme vooral electoraal en organisatorisch, een instrumentarium voor politici om steun te verwerven in volatiele verkiezingen.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 74. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen