Deel dit artikel

sinds de eerste vaccinaties tegen de pokken, al aan het einde van de 18de eeuw, is het snel gegaan met het ontwikkelen van vaccins tegen dodelijke infectieziekten. basisvaccins tegen onder meer kinkhoest, tetanus en mazelen zijn mee verantwoordelijk voor een belangrijke demografische transitie: nu mensen beschermd zijn tegen een reeks levensbedreigende maar eenvoudig te voorkomen ziekten, leven ze langer. mede daarom lijken steeds meer jonge ouders te twijfelen aan het nut van prikjes tegen ‘uitgeroeide’ ziekten of maken ze zich zorgen over eventuele nevenwerkingen. nochtans zijn de ziekmakende virussen en bacteriën niet uit onze samenleving verdwenen, en komen er ook steeds nieuwe infectieziekten bij. waarom zijn vaccins, die zoveel leed voorkomen, toch telkens weer kop van jut?

Medische desinformatie over vaccins en hoe deze te begrijpen

Marleen Finoulst

Tot in de 19de eeuw haalde de gemiddelde Belg zelden de leeftijd van 50 jaar. Net als in de rest van de wereld hielden infectieziekten ook hier lelijk huis. Wie pech had en besmet raakte met een gevaarlijk virus of een levensbedreigende bacterie haalde vaak de volwassen leeftijd niet. De kindersterfte was zeer hoog. Ouderdomsziekten, waaronder kanker en hart- en vaatziekten, waren minder aan de orde. Vanaf het einde van de 19de eeuw kwam er een kentering: de gemiddelde levensverwachting nam toe, van minder dan 50 jaar tot, in 2020 in Vlaanderen, 80 jaar voor mannen en zelfs 85 voor vrouwen. De redenen voor die positieve evolutie danken we onder andere aan de verbeterde hygiëne, betere bewaartechnieken voor voedsel, verbeterde leefomstandigheden, beter onderwijs, enzovoorts. En aan twee erg belangrijke medische doorbraken: vaccins en antibiotica. Eerst de vaccins: reeds in het begin van de negentiende eeuw kwamen er in de Nederlanden campagnes voor pokkenvaccinaties en konden kinderen pas gemeentelijk onderwijs genieten indien ze gevaccineerd waren. Een eeuw later volgden de eerste antibiotica, toen Alexander Fleming bij toeval penicilline ontdekte in 1928.

Eeuwenlang teisterde het pokkenvirus de wereld. In Europa stierven jaarlijks naar schatting zo’n 400 000 mensen aan deze besmettelijke ziekte. Het was de Britse arts Edward Jenner ter ore gekomen dat mensen die veel met koeien werkten vaak gespaard bleven tijdens een pokkenepidemie. Het bracht hem op het idee om mensen met het vocht van de pokkenblaren van besmette runderen in contact te brengen, experimenten die hij rond 1796 ook uitvoerde. Zijn proefpersonen kregen na contact met het vocht uit koepokkenblaren een milde vorm van pokken, die ze zonder problemen overleefden. Nadien bleken ze resistent tegen de veel gevaarlijkere menselijke pokken. De term vaccin is trouwens afgeleid van ‘vacca’ (koe), wat naar deze experimenten verwijst. Sinds 1980, zo’n 200 jaar na Jenner, wordt de wereld als pokkenvrij beschouwd. Dankzij een doorgedreven vaccinatieprogramma kon men dit virus, dat doorheen de geschiedenis honderden miljoenen mensen heeft verminkt en gedood, uitroeien. De pokkenvaccinatie werd overbodig.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 74. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen