Deel dit artikel

het klassieke natuurrecht stelt dat alles wat leeft ernaar streeft het eigen leven in stand te houden, en dat de mens daarom de plicht heeft zorg te dragen voor het leven. in de katholieke moraalfilosofie leeft dat idee nog steeds verder. ook voor wie weinig affiniteit voelt met het katholicisme blijft de gedachte van continuïteit tussen de morele en de natuurlijke orde echter een zekere aantrekkingskracht uitoefenen: het zou zo mooi zijn als onze opvattingen van wat rechtvaardig is bevestigd worden door de natuur zelf. in zijn laatste boek probeert bioloog stefano mancuso de mens aan te zetten tot een meer zorgzame natuur en zelfs een ‘grondwet’ op te stellen voor de gemeenschap van alles wat leeft, maar daarmee gaat hij voorbij aan de fundamentele verschillen tussen mens en plant of dier.

Natuurrecht 2.0

Raf Geenens

Enkele maanden geleden veroorzaakte de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer een kleine storm. In een zogenaamd ‘responsum’ werd gesteld dat het kerkelijk zegenen van homoseksuele huwelijken, wat onder meer in Duitsland veelvuldig gebeurt, ontoelaatbaar is. Enkel wat geordend is ‘in overeenstemming met het ontwerp van God zoals dat is ingeschreven in de schepping’ kan door de kerk gezegend worden. De redenering waarvan de Congregatie hier gebruikmaakt, is ontleend aan het klassieke thomistische natuurrecht. De doctrine van het natuurrecht zoekt een steunpunt voor moraal en recht in de natuur zoals die door God gepland is. Het valt bijvoorbeeld op dat alles wat leeft ernaar streeft om het eigen leven in stand te houden. Daaruit volgt een menselijke plicht om zorg te dragen voor het leven. En uit de observatie dat de seksualiteit haar bestemming vindt in de voortplanting, volgt dat we ons seksuele handelen moeten ordenen in het licht van dat doel. De patronen die in de biologische werkelijkheid worden aangetroffen, helpen dus om normen te formuleren voor menselijk gedrag.

Het klassieke natuurrecht heeft na de middeleeuwen geleidelijk aan zijn invloed verloren (het leeft eigenlijk enkel nog verder in de katholieke moraalfilosofie), maar het onderliggende schema blijft een vreemde aantrekkingskracht uitoefenen. Ook in onttoverde tijden blijven mensen hopen op continuïteit tussen de morele orde en de natuurlijke orde. Wat zou er mooier zijn dan dat onze opvattingen omtrent wat goed en rechtvaardig is, bevestigd worden door moeder natuur zelf? John Stuart Mill stelde in de negentiende eeuw al dat het verlangen om in de natuur een basis voor de moraal te vinden volkomen absurd is. Voor alles, schrijft Mill, is de natuur wreed. Ook de mens is wreed, maar aan de natuur kan geen mens tippen: ‘her plague and cholera far surpass the poison-cups of the Borgias’. Toch blijven mensen ook vandaag hardnekkig vasthouden aan de natuur als moreel referentiepunt. De neiging om de natuur tot norm te verheffen lijkt onuitroeibaar.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 74. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen