Deel dit artikel

in onze welvaartsstaten heerste lang het absolute geloof in het meritocratische ideaal dat je de top kunt bereiken als je maar hard genoeg je best doet. maar de laatste jaren lijkt die sfeer omgeslagen. vandaag weten we dat een hoge mate van inkomens- en vermogensongelijkheid niet goed is voor een samenleving. ongelijkheid staat dan ook hoog in de beleidsagenda’s. sociaaleconomische verschillen tussen de topinkomens en de rest zijn bijna een bron van schaamte geworden.

Rijke mensen zijn slechte mensen. Toch?

Over ongelijkheid, consumptie en statusangst

Wim van Lancker

In 1996 kondigde de legendarische keeper Jean-Marie Pfaff met veel bombarie aan dat er een film over zijn leven gemaakt zou worden. In Hollywood dan nog. Over hoe hij als armoedig kind van woonwagenbewoners opklom tot wereldwijd bejubelde superheld. From zero to hero zou het ding gaan heten. De film kwam er nooit, de sterrenstatus verdween, maar het verhaal blijft beklijven. Het is de belichaming van de American Dream, dat je kunt opklimmen van krantenjongen tot mediamogul, als je maar hard genoeg werkt. Denk aan The Great Gatsby van Francis Scott Fitzgerald waarin protagonist Jay Gatsby wars van alle sociale klassenverschillen helemaal opklimt tot de high society van het Amerika tijdens de roaring twenties. Mensen dromen niet alleen weg bij de verhalen over sociale mobiliteit die hen worden voorgeschoteld in boeken en films, maar over het algemeen hebben ze ook sterke meritocratische neigingen in hun denken over sociale rechtvaardigheid. Over ontwikkelde welvaartsstaten heen bestaat een wijdverspreid geloof in het meritocratische ideaal dat je de top kan bereiken in onze samenleving, als je maar je stinkende best doet.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 64.
De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen