Deel dit artikel

Wat maakt een goed leven? Volgens de Amerikaanse filosoof Agnes Callard ligt het antwoord bij Socrates, die stelde dat een leven zonder filosofie niet waard is om te leven. Maar wie kwetsbaar is, valt voor Callard zo goed als meteen uit de Socratische boot.

Hoe mijn oma de Socratische ethiek deed wankelen

Sigrid Wallaert

Mijn oma heeft een motto: ik ben 92 jaar en ik doe mijn goesting. Soms betekent dat een toef slagroom op haar koffie of een extra koekje voor erbij, een andere keer wandelt ze met een gebroken voet weg uit de dienst spoedgevallen omdat ze geen zin heeft in gips. Er is één juiste manier om zakdoeken te vouwen (de hare), en een tomaat hoor je te schillen voor je hem eet. Ze weet wat ze wil, mijn oma, en ze leeft ernaar. Op de middelbare school leerde ze voor naaister, na het afstuderen ging ze meteen aan de slag in het café van haar ouders. Toen ze met mijn opa trouwde, was het voor hen een symbool van status dat ze niet langer hoefde te werken. De man verdient het geld, de vrouw houdt het huis op orde. Zo hoorde dat. Mijn oma heeft dus nooit kunnen studeren, laat staan dat ze in aanraking kwam met de filosofie. Pas toen ik aan mijn studies bezig was, merkte ze dat filosofie en psychologie twee verschillende disciplines waren. Maar dat gaf niet. Ze doet haar goesting, en het deert niet dat die haar vaak niet verder brengt dan de krantenwinkel voor het nieuwe kruiswoordraadselboekje van die week. Mijn oma heeft een klein leven, maar het lijkt mij niet overdreven het te omschrijven als een goed leven.

Daar is Agnes Callard het echter niet mee eens. In haar eerste boek voor een breed publiek, Open Socrates: The Case for a Philosophical Life (Allen Lane, 2025), argumenteert Callard immers dat filosofie een essentiële component hoort te zijn van elk goed leven. Dat doet ze door een nieuwe ethische traditie in het leven te roepen: de Socratische ethiek. Onze huidige ethische tradities schieten volgens Callard immers tekort. Ze bespreekt de drie grote spelers: utilitarisme, kantianisme, en deugdethiek. Aan die drie grote spelers voegt Callard een vierde toe: de Socratische ethiek. Socrates liet zelf geen geschriften na, maar trad als personage op in de dialogen die zijn leerlingen schreven, zoals Plato en Xenophon. Hij trad in gesprek met allerlei Atheense stedelingen en daagde hen uit om hun vastgeroeste opvattingen in vraag te stellen. Daar kunnen we ook vandaag uiteraard nog uit leren. De waarde van kritisch denken hoef ik hier niet te verdedigen, die van diepgaande gesprekken met open geest evenmin. Maar volgens Callard is dat niet waar de Socratische ethiek ophoudt. Ze ziet allerlei mensen rondom haar, inclusief filosofen, die de waarde van kritisch denken en van filosofie erkennen, maar de filosofische instelling niet doortrekken naar alle gebieden van hun leven. Ze ziet collega’s aan de universiteit die filosofie behandelen als een job, maar thuis hun filosofenhoedje aan de kapstok hangen. Dat kan zomaar niet, vindt Callard. De filosofie gebruiken voor je werk maar afdanken als het je uitkomt − zo zou Socrates het niet gewild hebben.

Wat wou Socrates dan wel? Volgens Callard is het duidelijk: hij wou een filosofisch leven. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de gesprekspartners waarmee hij in contact kwam. Het feit dat hij alleen als personage in andermans geschriften overgeleverd is, ziet Callard dan ook niet als een zwakte. Het is net de kern van zijn filosofie: Socrates creëerde zichzelf als een soort avatar, een mascotte voor het filosofisch leven, wiens eigenschappen zijn leerlingen konden nastreven. Hij hoefde geen schrijver van vlees en bloed te zijn maar diende als inspiratie voor zijn volgelingen. Om een goed leven te leiden, argumenteert Callard met Socrates, is het noodzakelijk dat de filosofie doordringt in elk aspect van je leven. Dit is intrinsiek waardevol. Het volstaat niet om de grote levensvragen alleen maar te stellen als het je uitkomt. Het volstaat zeker niet om je leven in blokjes van een kwartier te leven, stapje voor stapje, en de grote vragen bewust links te laten liggen. In navolging van het personage Socrates − niet de historische Socrates − streven echte Socratici ernaar de moeilijke levensvragen te stellen en te onderzoeken net omdat ze moeilijk zijn, net omdat ze ongelegen komen. Dit onderzoek kan bovendien niet in afzondering gebeuren, maar voltrekt zich steeds in dialoog. Alleen zo kunnen Socratici hun leven geslaagd noemen.

Het vervolg van dit artikel leest u in de papieren versie van Karakter 92. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen