Deel dit artikel

Digitale, slimme technologieën veroveren stilaan hun plek in de Belgische zorgsector, terwijl hun toepassing in woonzorgcentra opvallend onderbenut blijft. Net daar, waar erg kwetsbare doelgroepen langdurige zorg ontvangen, ligt nochtans een groot potentieel.

Waarom digitale zorg ook thuishoort in woonzorgcentra

Hannelore Strauven

Begin 2025 luidde een nieuw tijdperk in voor de mobiele zorgsector: de Belgische overheid kondigde aan ziekenhuizen te financieren voor telemonitoring bij chronisch hartfalen. Telemonitoring in de zorg, ook wel telezorg of telegeneeskunde genoemd, stelt zorgverleners in staat om patiënten op afstand op te volgen. Bij telezorg draagt de patiënt bijvoorbeeld een wearable die de nodige gezondheidsparameters meet en naar de zorgverlener verstuurt. Via een softwaretoepassing kunnen zorgverleners deze gegevens analyseren en opvolgen, zonder dat de patiënt fysiek aanwezig hoeft te zijn. Hoewel ziekenhuizen nu volop inzetten op telemonitoring, blijft de toepassing van deze digitale, slimme technologieën in andere zorginstellingen, zoals woonzorgcentra, voorlopig achterwege. Dat is jammer, want het is net in instellingen zoals woonzorgcentra, waar langdurige zorg en kwetsbare doelgroepen samenkomen, dat het potentieel groot is. Voor we dieper ingaan op deze discrepantie, is het zinvol om eerst stil te staan bij hoe digitale zorg vandaag wordt geïmplementeerd.

Voor recreatieve of sportieve doeleinden zijn slimme technologieën zoals sensoren die gezondheidsparameters verzamelen op het lichaam, ook wel wearables genoemd, al stevig ingeburgerd. Nu gebeurt die inburgering stilaan op medisch gebied, waar de voordelen van digitale technologieën in telezorg steeds meer worden erkend. Met het gebruik van telezorg kunnen patiënten na een ingreep sneller het ziekenhuis verlaten en in hun vertrouwde thuisomgeving verder revalideren. Kankerpatiënten, bijvoorbeeld, kunnen dankzij telezorg op afstand worden opgevolgd en zo een (her)opname vermijden en hun levensverwachting verhogen. De toepassing van een slimme pleister als wearable en een mobiele app voor zelfrapportering zorgen ervoor dat sneller kan worden ingegrepen bij neveneffecten van de kankerbehandeling. Wanneer de gezondheidsparameters die worden doorgestuurd via de wearable afwijken en een vooraf ingestelde drempel overschrijden, zal de zorgverlener hiervan op de hoogte worden gesteld en de patiënt proactief kunnen contacteren. Ook voor zorgverleners is telezorg dus waardevol, zeker in de transitie naar zorg over de grenzen van instellingen heen. Gezondheidsgegevens kunnen vanop afstand vlot worden gedeeld, wat de samenwerking en coördinatie tussen zorgverleners van verschillende instellingen bevordert. Telezorg levert zo voordelen op voor patiënt, zorgverlener, zorginstelling én maatschappij.

Zal het vervangen van een slimme pleister binnenkort even vanzelfsprekend worden als het opladen van een smartwatch?

De organisatie mHealth Belgium ontwikkelde een validatiepiramide die zorgapps rangschikt in levels op basis van voorwaarden opgelegd door de federale overheid op het vlak van kwaliteit, veiligheid en doeltreffendheid. Niet elke zorgapp die wordt ontwikkeld is zomaar beschikbaar of terugbetaald. Level 1 bevat CE gecertificeerde hulpmiddelen, wat betekent dat een product voldoet aan de Europese normen voor veiligheid en gezondheid. SkinVision is een voorbeeld van een Level 1 applicatie die het mogelijk maakt om zelf je huid te controleren op huidkanker. In Level 2 zitten de apps die een terugbetalingsaanvraag indienden, welke ontvankelijk werd verklaard. CardioCare@Home is een voorbeeld van een Level 2 app voor langdurige hartmonitoring op afstand. Het hoogste level, level 3, omvat toepassingen die daarnaast hun sociaaleconomische waarde bewezen hebben. Hier bevindt zich de app FibriCheck die hartritmestoornissen, en bijhorende symptomen kan registreren.

Zal het vervangen van een slimme pleister binnenkort even vanzelfsprekend worden als het opladen van een smartwatch? Dat is zeker mogelijk, al brengt deze technologische evolutie ook nieuwe uitdagingen met zich mee, die minder spelen wanneer de patiënt in een ziekenhuisomgeving verblijft. Denk aan foutieve metingen door de wearable, of verlies van gegevens tijdens verzending, waardoor de zorgverlener een verkeerd beeld van de gezondheidstoestand van de patiënt kan krijgen. Maar er zijn ook minder zichtbare obstakels. Niet elke patiënt beschikt over de digitale vaardigheden om een wearable correct te installeren, begrijpen en gebruiken. Uit de imec.digimeter van 2024 blijkt dat 56% van de respondenten technologische veranderingen en innovaties te snel op elkaar vindt volgen, en 41% ervaart druk om onder een impliciete verwachting goed met technologie te kunnen omgaan. Bovendien blijkt dat digitale vaardigheden afnemen met een stijgende leeftijd, waardoor ouderen zich vaak het minst comfortabel voelen met digitale toepassingen. Dat is zorgwekkend, zeker omdat deze problematiek momenteel nog onvoldoende aandacht krijgt.

Ziekenhuispatiënten hebben de mogelijkheid om de ontvangen zorg in te kijken via een app, maar in woonzorgcentra hebben bewoners of familie die mogelijkheid niet

Kijken we naar woonzorgcentra, waar ouderen met zorgbehoeften verblijven, dan zien we dat technologie ook daar al een rol speelt. Zorgverleners gebruiken dagelijks toepassingen, zoals een elektronisch zorgdossier en oproepsystemen, waarop ze de zorg voor de bewoners afstemmen. Zorgverleners registreren zorgtaken en reageren op oproepen, managers volgen de zorgprocessen op via de geregistreerde informatie. Het is echter niet gebruikelijk dat ook bewoners toegang krijgen tot hun zorgdossier. Ziekenhuispatiënten daarentegen hebben wel al de mogelijkheid om de ontvangen zorg in te kijken via een app en kunnen bijvoorbeeld na een medische beeldvorming zelf de genomen scans raadplegen en bijhorende verslagen lezen. Het gebrek aan zulke digitale toepassingen voor bewoners in woonzorgcentra beperkt hun autonomie en digitaal leervermogen. Een mogelijke oplossing zou zijn om bewoners, of hun naasten bij cognitieve beperkingen, net zoals patiënten in een ziekenhuis, inzage te geven tot het zorgdossier. Zo kunnen zij de ontvangen zorg opvolgen of zelf relevante informatie toevoegen.

Naast het betrekken van elke persoon met een zorgnood, kan ook het aanbod worden uitgebreid naar minder voor de hand liggende zorgdomeinen. Tussen de beschikbare mobiele toepassingen voor medische doeleinden op het platform van mHealth Belgium is momenteel geen app te vinden die gerichte, actieve ondersteuning biedt bij incontinentie, het ongewild verlies van urine. Dat is opvallend, want urine-incontinentie treft volgens de European Association of Urology (EAU) tot 40% van de Europese bevolking. In woonzorgcentra treft urine-incontinentie meer dan de helft van de bewoners, en binnen twee jaar na opname is er vaak een achteruitgang in continentie. De impact is groot op de patiënt, hun partner, het gezondheidssysteem, de economie en de samenleving. In de EAU campagne, ‘An Urge to Act’, (2023) wordt gepleit voor meer aandacht, preventie, behandeling en verstandig gebruik van technologieën om de impact te verlagen. Die technologieën kunnen worden geïnterpreteerd als de absorptieproducten (beter bekend als luiers), maar eveneens als digitale, slimme technologieën.

Van de slimme technologieën die momenteel beschikbaar zijn voor urine-incontinentie bij ouderen, is de meest gekende een slimme luier. Dit is een sensorgebaseerd systeem dat detecteert wanneer een plasmoment plaatsvindt en wanneer het absorptiemateriaal verzadigd is. Door de monitoring van de verzadigingsgraad van het materiaal, zorgt deze sensor ervoor dat bewoners tijdig verschoond worden en oververzadiging vermeden. Naast sensorgebaseerd, bestaan er ook een kleinere markt van app-gebaseerde systemen, of mobiele applicaties die de continentie van de gebruiker bevorderen door programma’s aan te bieden met oefening gericht op blaascontrole.

Digitale zorg opent deuren voor aangepaste toiletbezoeken, gedragsinterventies en spierversterkingsoefeningen

We zouden de data omtrent urine-incontinentie uit toepassingen zoals wearables, apps en zorgdossiers echter ook kunnen combineren om algoritmes op te stellen en aanbevelingen aan zorgpersoneel te kunnen geven. De kracht van algoritmegebaseerde toepassingen in woonzorgcentra blijft momenteel nog onder de radar omdat de meeste huidige toepassingen op zichzelf werken zonder communicatie of integratie met andere platformen. Concreet zou de integratie van de data van de slimme luier met de data die manueel wordt ingevoerd door zorgpersoneel in het zorgdossier het toiletgedrag en plaspatroon van een bewoner in kaart kunnen brengen. Deze nieuwe kennis opent deuren voor een aangepaste zorg waarbij de sterk ingebedde passieve aanpak met absorptieproducten kan worden aangevuld met een actieve aanpak: aangepaste toiletbezoeken, gedragsinterventies of kinesitherapie. Digitale zorg kan het mogelijk maken om te streven naar het zo continent mogelijk maken én houden van bewoners. Bijvoorbeeld, de slimme luier detecteert elke ochtend om 7u een plasmoment en volgens het zorgdossier wordt deze bewoner nu om 7u30 gewekt voor de ochtendzorg en een toiletbezoek. Het kan in dit geval een aanbeveling zijn om deze bewoner vroeger, rond 7u, te wekken voor de ochtendzorg zodat dit eerste plasmoment met het eerste toiletbezoek kan plaatsvinden. Zorgverleners kunnen zo een gepersonaliseerde continentiezorg opstellen, met aandacht voor het juiste materiaal en een actieve ondersteuning. Gedragsinterventies en spierversterkingsoefeningen zouden eveneens via een app aan de bewoner en hun naasten kunnen worden voorgesteld om zelf mee aan de slag te gaan.

Om deze technologieën effectief te benutten in woonzorgcentra, is echter meer nodig dan enkel hun technische integratie. Ook de zorgverleners die ermee werken moeten actief ondersteund worden. Zorgkundigen die instaan voor de continentiezorg van bewoners, krijgen in hun opleiding momenteel onvoldoende handvaten om digitale vaardigheden te ontwikkelen en slimme systemen optimaal te benutten. Wanneer zorgverleners enkel data invoeren zonder inzicht in het doel of de impact ervan, dreigt die input onvolledig en weinig waardevol te zijn. Om hen dat inzicht te bieden, is gerichte opleiding nodig. En opleiding vraagt tijd en precies daar wringt vandaag het schoentje, want in de drukke werkelijkheid van woonzorgcentra is tijd voor bijkomende opleidingen schaars.

De toekomst van digitale zorg ligt niet alleen in innovatie, maar ook in inclusie

De beslissing van de overheid om telezorg in ziekenhuizen te financieren markeert een belangrijke stap in de integratie van telemonitoring in de zorg. Maar terwijl het technologisch veld blijft innoveren, dreigt de menselijke kant van deze digitale evolutie ondergesneeuwd te raken. Een kant die zeker in instellingen met kwetsbare groepen voor langdurige zorg, zoals woonzorgcentra, meer de bovenhand zal nemen. Onderzoek en ontwikkeling richten zich vandaag minder op de vraag hoe zorgverleners en bewoners deze technologie ook effectief kunnen gebruiken. Een sleutel tot succes is de integratie van deze verschillende slimme technologieën om het geheel gebruiksvriendelijk te maken en op basis van al deze waardevolle data de nodige aanbevelingen te kunnen maken. Als we willen dat digitale zorg écht bijdraagt aan betere zorg, dan moeten zorgverleners en eindgebruikers mee betrokken worden in het R&D proces. Daarnaast moeten we investeren in digitale geletterdheid, opleiding en ondersteuning van zowel zorgverleners als eindgebruikers. Zorgverleners moeten niet alleen in staat zijn om data kunnen interpreteren, maar ook hoe ze technologie kunnen integreren in hun dagelijkse praktijk. Eindgebruikers moeten zich veilig en bekwaam voelen in het gebruik van digitale hulpmiddelen, ongeacht hun leeftijd of achtergrond.

De toekomst van digitale zorg ligt niet alleen in innovatie, maar ook in inclusie. En daarbij mogen we niet vergeten om ook minder ‘sexy’ of zichtbare aandoeningen, zoals incontinentie, de aandacht te geven die ze verdienen. Een duurzame digitale zorgtransformatie vereist dat we technologie niet enkel ontwikkelen vóór mensen, maar ook mét mensen.

Hannelore Strauven is postdoctoraal onderzoeker aan KU Leuven binnen de groep e-Media Research Lab/STADIUS en onderzoekt technologische innovaties ter bevordering van continentie bij bewoners in woonzorgcentra. Via Ingenieurs@WZC werkt Hannelore nauw samen met woonzorgcentrum Edouard Remy van Zorg Leuven.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen