Deel dit artikel

psychiatrische ziektemechanismen helder en duidelijk definiëren is geen evidentie. classificatie-instrumenten zoals DSM hebben weliswaar vele voordelen, maar zorgen er mogelijk ook voor dat patiënten in hokjes gestopt worden en dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de context waarin ze zich bevinden. het is juist essentieel om een geïndividualiseerde diagnose, prognose en behandeling te ‘ontwerpen’ voor iedere patiënt. alleen is ook dat allesbehalve eenvoudig. ergens tussen het persoonlijke en het objectiveerbare ligt het antwoord.

Overmoed en ontgoocheling

Het pendelende denken in de psychiatrie

Chris Bervoets

Clark Bell, de uitgever van het tijdschrift Journal of the Medicolegal Society of New York, legde in 1886 een vraag van verschillende lezers van zijn tijdschrift voor aan Pliny Earle, een ervaren en gerespecteerde opleider en gedreven clinicus. De vraag van de lezers was of men exact kon aflijnen welke psychiatrische ziekten echt bestonden. Earles antwoord was ontnuchterend: ‘Met onze huidige kennis kunnen we geen enkele pathologische classificatie bouwen, om de eenvoudige reden dat we, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, van geen enkele aandoening enig ziektemechanisme kennen’. Dit antwoord was tegelijk ook een klacht. Earle, in zijn tijd, wist immers als geen ander dat psychiaters niet dezelfde mogelijkheden hadden als hun collega’s om bijvoorbeeld eenvoudig door een microscoop te kijken en de oorzaak van ziekte vast te stellen.

Deze briefwisseling tussen Bell en Earle, op vraag van de Belgische Vereniging voor Psychiatrie die een congres over diagnostische en statistische classificatie hield in Antwerpen in 1885, is het tijdsgewricht waarin Anne Harringtons boek Mind Fixers start. Ze beschrijft in dit boek de strijd die psychiatrie levert om psychiatrische ziektemechanismen helder en duidelijk te definiëren, een strijd die op en neer gaat tussen euforie en diepe ontgoocheling.

In de zomer van 2019, honderdvierendertig jaar na de vraag van de Belgische Vereniging voor Psychiatrie aan Clark Bell, bracht de Hoge Gezondheidsraad een advies uit over het klinisch gebruik van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, vijfde editie (DSM-5). De Hoge Gezondheidsraad formuleert hierin aanbevelingen voor clinici en autoriteiten over de beste manier om geestelijke gezondheidsproblemen te diagnosticeren, en in het bijzonder over de rol van DSM-5 in de klinische praktijk. Deze DSM-5 is de voorlopig laatste versie van een breed aanvaard systeem voor ziekteclassificatie, zowel in de klinische psychiatrische praktijk als in neurowetenschappelijk onderzoek. Het DSM-project probeert op deze manier niet alleen een objectieve en gemeenschappelijke taal te geven aan hulpverleners, onderzoekers en patiënten in het communiceren over diagnose, prognose, ziektemechanismen en behandelstrategieën, maar ook te helpen om voor wetenschappelijk onderzoek zo homogeen mogelijke patiëntengroepen af te bakenen.

Een belangrijke en groeiende kritiek op het gebruik van onder andere dit classificatie-instrument in de klinische psychiatrie is echter dat patiënten in toenemende mate zijn gaan samenvallen met de beschrijvende categorieën in het handboek, waardoor de nuance van het persoonlijke detail in de relatie tussen patiënt en hulpverlener verloren ging. In de psychiatrische praktijk valt deze kritiek moeilijk te pareren omdat er slechts beschrijvende diagnostiek mogelijk is, in tegenstelling tot andere gebieden van de geneeskunde, waar laboresultaten of beeldvormingstechnieken de besluitvorming kunnen ondersteunen. Deze praktijk, samen met de zwak beargumenteerde beslissing om bepaalde categorieën (zoals bijvoorbeeld homoseksualiteit in de jaren tachtig van de vorige eeuw) te schrappen of er nieuwe bij te creëren (zoals bijvoorbeeld het psychoserisicosyndroom in de recente editie) veroorzaakte bij de publicatie van DSM-5 veel discussie over de wetenschappelijke waarde van dit project. Het advies van de Hoge Gezondheidsraad moet in dit kader begrepen worden.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 71. De volledige tekst verschijnt later online.
Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen