ESSAY
De hedendaagse popcultuur toont hoe vrouwen tegelijk begeerd en ontmenselijkt worden. De voorbeelden zijn legio. Britney Spears verloor de zeggenschap over haar leven en het voogdijschap over haar kinderen, terwijl ze voor het oog van de wereld moest blijven optreden. Pamela Anderson genoot geen juridische bescherming tegen de exploitatie van een in de privésfeer gemaakte, gestolen sekstape. De autonomie van twee van ’s werelds meest bekende en succesvolle vrouwen werd zo ontnomen. Wat onthullen zulke voorbeelden over de hardnekkigheid van structureel seksisme?
Sociale ongelijkheid kent geen winnaars
Deze tekst maakt verwijzingen naar zelfdoding en seksueel en psychologisch geweld.
In 2007 is de popzangeres Britney Spears de meest gefotografeerde vrouw ter wereld. Als nieuwe moeder van twee zoons worstelt ze met de extreme overlast van roddelpersfotografen die haar dag en nacht achtervolgen, in haar tuin inbreken en tegen haar auto aanrijden om haar tot een inzinking te drijven − een inzinking die voor spectaculaire foto’s moet zorgen. In een moment van psychische uitputting scheert Spears haar hoofd kaal, terwijl zeventig fotografen buiten op haar staan te wachten. Later die avond wordt ze opnieuw geprovoceerd, ditmaal naast het huis van haar ex-man waar op dat moment ook haar kinderen verblijven. Wanhopig slaat ze met een paraplu op de auto van een fotograaf. Een aantal maanden later staat Spears gepland om op te treden tijdens de Video Music Awards. Ze is op dat moment verwikkeld in een strijd om de voogdij van haar kinderen en het behoud van haar zelfbeschikkingsrecht. ‘Het optreden lijkt wel beeldmateriaal uit een horrorfilm,’ schrijft New York Times-journalist Amanda Hess in 2023. ‘Ik zag een jonge moeder die gedwongen werd een sexy dansje uit te voeren voor Amerika, en de kwaliteit van haar optreden zou bepalen of ze haar kinderen mocht houden.’
Het publiek ging bijzonder laconiek om met het feit dat veel jonge beroemdheden op deze manier belast en vernederd werden, schrijft The Atlantic-journalist Sophie Gilbert in het boek Girl on girl: How pop culture turned a generation of women against themselves (2025). Veel journalisten, ook die van zogenaamde kwaliteitskranten, speculeerden over het moment van Spears’ dood op dezelfde nonchalante toon als wanneer het om de uitslag van een voetbalwedstrijd zou gaan. Een journalist van New York Magazine vraagt zich af of Spears, net als Marilyn Monroe, aan een overdosis zal sterven. Of dat ze een even dramatische dood zal kennen als de volgens hem ‘obsessief ijdele’ Anna Nicole Smith. Zijn stuk negeert hierbij Spears’ ernstige mentale uitputting en het complete gebrek aan privacy, respect en medemenselijkheid waar zij slachtoffer van is. In plaats daarvan noteert de journalist kil dat Spears’ psychische instorting ‘een van de interessantste performances van haar leven is’.
Volgens Gilbert komen vernedering en geweld tegen vrouwen voort uit twee verwante vormen van seksisme: objectivering en diffamatie
In Girl on Girl bevraagt Gilbert waarom, na bijna een eeuw van feministische strijd, deze vormen van vernedering nog steeds structureel voorkomen en genormaliseerd worden. Ze wijdt een groot deel van haar boek aan het in kaart brengen van de situatie, mede ter anticipatie op de kritiek dat het tegenwoordig wel goed zou zitten met de genderemancipatie. Het boek telt 284 pagina’s vol huiveringwekkende voorbeelden van objectivering en geweld tegen vrouwen, van de jaren negentig tot nu.
Volgens Gilbert is de wijdverspreide vernedering en geweld tegen vrouwen het resultaat van twee verwante maar verschillende vormen van seksisme: objectivering en diffamatie. De Engelse filosoof Rae Langton definieert objectificatie in Sexual Solipsism (2009) als het beschouwen van een ander als object: als niets meer dan diens uiterlijk, alsof die persoon geen eigen wil of innerlijk leven bezit. Het is de ander zien als louter iets om na te jagen, te gebruiken en te bezitten. Wanneer vrouwen niet worden geobjectiveerd, en dus wel een eigen wil worden toegeschreven, zijn ze volgens Gilbert vaak alsnog slachtoffer van de tweede vorm van seksisme. Vrouwen worden systematisch zwartgemaakt via negatieve morele stereotypes: van ‘sletten’ en ‘manipulators’ tot ‘hysterische dramaqueens’ en ‘slechte moeders’. Deze stereotypes impliceren dat vrouwen moreel onbekwaam zijn en daardoor geen respect of verantwoordelijkheid verdienen.
Vrouwen zijn, aldus Gilbert, afwisselend slachtoffer van beide vormen van seksisme. Spears werd, zoals hierboven omschreven, soms herleid tot instrument voor winst en entertainment, en op andere momenten neergezet als moreel verwerpelijk. Beide vormen van seksisme legitimeerden het idee dat ze geen respect, medemenselijkheid of autonomie verdiende. Deze opvattingen namen zo’n extreme vormen aan dat Spears haar recht op zelfbeschikking door een gerechtelijke uitspraak verloor. In haar boek beschrijft Gilbert vooral de mentale en fysieke destabilisatie van beroemde vrouwen die cisgender, wit, jong, gezond, conventioneel aantrekkelijk en rijk zijn. Daarmee laat ze zien dat zelfs zij − vrouwen die zo nadrukkelijk sociale idealen belichamen − niet gespaard blijven van structureel seksisme.
Voor veel vrouwen blijft economisch succes grotendeels afhankelijk van zelf-objectivering
Daarnaast ontkracht Gilbert in haar boek het idee dat de verbeterde economische positie van vrouwen een feministische overwinning is. In het tijdperk van digitale media en datagestuurd kapitalisme berust economisch succes voor vrouwen nog steeds te vaak op het kapitaliseren van hun eigen objectivering. Pamela Anderson en Kim Kardashian zijn twee van de rijkste en bekendste vrouwen ter wereld. Hun positie is voor een groot deel te danken aan de manier waarop ze worden afgebeeld als business-savvy lustobjecten. Vrouwen die op TikTok of Instagram op vergelijkbare wijze inkomsten genereren, hebben weliswaar een betere economische positie dan vrouwen in vorige generaties die geen eigen inkomsten mochten hebben. Maar hun verbeterde economische positie vertaalt zich niet naar een fundamenteel verbeterde positie op politiek, sociaal of juridisch vlak.
Integendeel. Dat een online reputatie als lustobject winstgevend kan zijn, neemt niet weg dat zij vaak gepaard gaat met een ondermijning van de politieke, sociale en juridische positie van vrouwen. Zo leidde Pamela Andersons reputatie ertoe dat ze in 1997 de facto haar basisrechten op eigendom, privacy en lichamelijke autonomie verloor. Anderson werd de eerste beroemdheid van wie een sekstape online werd verspreid, nadat deze uit haar kluis in Malibu werd gestolen. Ze daagde het bedrijf dat de gestolen tape zonder haar toestemming verspreidde voor de rechter, maar haar eigen advocaten adviseerden haar tegen het nemen van juridische stappen. Ze had, zo stelden zij, geen geldige claim als slachtoffer van een misdrijf, omdat ze eerder vrijwillig voor Playboy had geposeerd. Dat zelfs haar eigen advocaten huiverig waren om haar in de rechtbank te verdedigen, laat zien hoe verregaand de consequenties van seksisme kunnen zijn. Zelfs als er destijds nog geen juridisch kader bestond om de online verspreiding van erotische privébeelden aan te vechten, hadden Andersons advocaten zich kunnen beroepen op het Amerikaanse eigendoms- en bezitsrecht. Ze hadden haar kunnen adviseren niet het bedrijf aan te klagen dat de video verspreidde, maar op grond van haar eigendomsrechten op te treden tegen de persoon die de fysieke tape uit haar woning had ontvreemd en deze vervolgens illegaal had verkocht. Door deze mogelijkheid niet te benutten schoten de advocaten van Anderson zowel moreel als juridisch tekort. Zo bleven de misdrijven tegen een van de bekendste vrouwen ter wereld onbetwist en ongestraft. Objectivering en negatieve morele stereotypering − de twee vormen van seksisme waar Gilbert zich op richt − ondermijnen op deze wijze nog steeds de sociale, politieke en juridische mogelijkheden van vrouwen. Ook na #MeToo wordt seksueel geweld nog altijd gelegitimeerd door juridische strategieën die de verantwoordelijkheid bij slachtoffers leggen: hun kleding, gedrag, reputatie of seksuele voorgeschiedenis worden aangevoerd om geweld te relativeren of te ontkennen.
Doorheen het boek stelt Gilbert dat seksisme, en de onrechtvaardige behandeling van vrouwen dat ermee gepaard gaat, in het voordeel van mannen werkt. Volgens haar zorgt het ervoor dat mannen vrij baan hebben om vrouwen voor hun eigen doeleinden en genot te gebruiken, om misbruik te maken van hun sociale en politieke kwetsbaarheid, en om posities van sociaal-politieke status en macht naar zich toe te trekken. Met de focus op witte, cisgender vrouwen en het idee dat seksisme in dienst staat van mannen sluit Gilberts’ boek aan bij feministische analyses die dominant waren in de jaren zestig en zeventig. Maar deze uitgangspunten worden door hedendaagse feministische denkers steeds vaker ter discussie gesteld. Zij werpen licht op nieuwe fenomenen die helpen verklaren waarom seksisme zo alomtegenwoordig en hardnekkig is, fenomenen die Gilbert te beperkt duidt.
Seksisme en sociale ongelijkheid benadelen ook witte, cisgender mannen
In tegenstelling tot Gilbert beargumenteren filosofen zoals Ann Cahill, Amia Srinivasan, en Iris Marion Young dat seksisme en de sociale ongelijkheid die daarmee gepaard gaat, ook witte, cisgender mannen indirect benadeelt, zelfs wanneer het hun economische, politieke of sociale macht niet aantast. Volgens hun analyses zorgt structureel seksisme er namelijk voor dat cisgender mannen een bevoorrechte houding internaliseren. De Engelse moraalfilosoof Kate Manne definieert dit in het boek Entitled (2021) als het diepgewortelde sociale en culturele idee dat bepaalde groepen inherent meer recht hebben op zorg, affectie, seks, macht, respect of autoriteit, ongeacht hun capaciteiten of bereidheid tot wederkerigheid. ‘Deze houding zorgt op termijn voor een verstoorde ontwikkeling van iemands capaciteiten, schrijft politieke filosoof Azizjon Bagadirov in Structural Injustice and Self-Development (2025). Het leidt tot een afgevlakt vermogen tot empathie, een afgevlakt gevoel voor rechtvaardigheid, en het belemmert het vermogen om morele deugden zoals moed, integriteit en eerlijkheid te cultiveren, stelt ook politiek filosoof Iris Marion Young. Samen met vele anderen beschrijft zij ‘welzijn’ als het vermogen om waardevolle individuele capaciteiten te ontwikkelen en uit te oefenen. Een bevoorrechte houding ondermijnt de ontwikkeling van veel van deze waardevolle capaciteiten, en daarmee per definitie ook het welzijn van mannen die deze houding internaliseren.
Daarnaast ondermijnt deze houding het vermogen om accurate kennis over de sociale wereld te vergaren. De onjuiste opvattingen die incels en andere extreemrechtse mannen aanhouden zijn hier bewijs van. Incels zijn jonge, seksistische mannen die worstelen met eenzaamheid en depressie. Ze geloven dat mannen aan patriarchale macho-idealen moeten voldoen, zoals intimiderend, dominerend, gespierd, of een ‘vrouwenverslinder’ zijn, maar voelen dat ze hier zelf in tekortschieten. De voornaamste voorrechten die incels willen claimen zijn de zorg, aandacht, erkenning en seks die vrouwen hen volgens hun opvattingen verschuldigd zijn. Ze zijn nostalgisch naar een tijd waarin vrouwen minder rechten hadden en gedwongen konden worden om hen deze erkenning en seksuele aandacht te geven. Incels zien het feminisme als de belangrijkste oorzaak van hun lijden, terwijl het in feite nauwkeuriger is om de onrealistische normen rondom mannelijkheid en hun seksistische verwachtingen de schuld te geven.
Maar hun houding zorgt ervoor dat ze niet in staat zijn de sociale wereld helder te analyseren en hun eenzaamheid en depressie coherent en rationeel te verklaren. ‘Incels hebben een sociale theorie over hun lijden die bestaat uit verschillende diep tegenstrijdige overtuigingen en onverenigbare biologisch-deterministische en sociaal-historische verklaringen,’ schrijven filosofen Robbert Herrisone-Kelly en Miriam Ronzoni in een essay uit 2025. Aan de ene kant geloven incels dat hun lijden voortkomt uit een universeel, onveranderlijk en transcultureel evolutionair nadeel: vrouwen zouden volgens hen altijd partners kiezen op basis van macho-eigenschappen. Mannen zoals zij zouden hierdoor altijd gedoemd zijn tot eenzaamheid en een ongelukkig bestaan. Aan de andere kant idealiseren incels een verleden zonder feminisme, waarin hun positie op de datingmarkt beter zou zijn geweest. Dit soort tegenstrijdigheden zijn geen tijdelijke inconsistenties in een zoektocht naar een genuanceerd antwoord op hun lijden: het gaat om aanhoudende en verkeerde inzichten in de sociale wereld die voortkomen uit de wens om hun lijden door patriarchale idealen te verzoenen met de wens om het mannelijke privilege te behouden.
Ook voor mannen die er geen extreme overtuigingen op na houden kan een bevoorrechte houding bijdragen aan een gebrek aan empathie en een gevoel van vervreemding, vooral in heteroseksuele relaties. Seksistische bevoorrechte ideeën portretteren seks als iets waar mannen recht op hebben en wat vrouwen hen verschuldigd zijn, schrijft politiek filosoof Amia Srinivasan in The Right to Sex (2021). Zowel mannen als vrouwen die deze opvatting internaliseren kunnen verstrikt raken in het naleven van genderrollen die hun autonomie beperken. Deze rollen belemmeren de mogelijkheid om oprechte, intieme connecties op te bouwen, en om de ander écht te leren kennen. Feministen zijn sinds de jaren vijftig actief op zoek naar manieren om mensen te bevrijden van deze destructieve opvattingen over seks. Het model van expliciete, wederzijdse instemming in seks − ook wel bekend als het consent framework − is een belangrijk feministisch project. Het beoogt het seksistische idee van een eenzijdig, mannelijke ‘recht’ op seks te ondermijnen, en de seksuele autonomie van vrouwen te vergroten. De praktijk van expliciete toestemming verlenen moest nadruk leggen op het feit dat seks niet iets is wat vrouwen zonder meer aan mannen verschuldigd zijn, maar iets is wat alleen moreel is als alle partijen ernaar verlangen.
Het consent framework houdt volgens sommige feministische filosofen een seksistisch idee over seks in stand
Hoewel het consent framework het belang van wederzijds verlangen probeert te vatten, stellen hedendaagse feministische filosofen zoals Ann Cahill, Jonathan Ichikawa en Quill Kukla dat het framework toch een seksistisch idee over seks in stand houdt. Hun argument hiervoor luidt als volgt: zij stellen dat expliciete toestemming vragen en verlenen enkel sociaal gangbaar is in situaties waarin sprake is van een eenzijdige, invasieve handeling (‘mag ik dit bij jou doen?’). Het betreft bovendien altijd handelingen die iemand onder normale omstandigheden nooit zou verlangen of toelaten, maar door dwingende omstandigheden nu mogelijks wel toestaat. Juist omdat de handeling onder normale omstandigheden niet gewenst is, is het verkrijgen van expliciete toestemming van fundamenteel moreel belang. Denk bijvoorbeeld aan consent bij medische behandelingen: artsen vragen of je expliciet toestemt met een behandeling die risicovol, pijnlijk en/of invasief is. Of denk aan consent bij online dataverzameling: daarbij gaat het om expliciet toestemming verlenen voor een eenzijdige inmenging in jouw privacy die in principe onwenselijk is.
Het consent framework suggereert volgens Cahill en anderen dat seks dezelfde soort praktijk is waarbij er sprake is van een eenzijdige, vaak invasieve handeling die een persoon bij gebrek aan dwingende omstandigheden nooit zou verlangen of toelaten. Het geeft daarmee nog steeds een seksistisch, negatief en beperkende voorstelling van seks als een unilaterale handeling die mannen aan vrouwen opdringen. Ook deze benadering kan dus ideeën en gevoelens van wederzijdse vervreemding in stand houden, en is geen radicale herziening van een seksistisch wereldbeeld.
Gilbert laat zien hoe seksisme patronen van sociale ongelijkheid in stand houdt en ertoe leidt dat relatief meer macht, status en kansen naar cisgender mannen stromen. Wat zij echter te weinig benadrukt, zijn de mechanismen die seksisme zo moeilijk te bestrijden en zo hardnekkig maken. Seksisme tast het vermogen tot empathie en het rechtvaardigheidsgevoel aan van persfotografen en journalisten. Het vertekent het wereldbeeld van jonge mannen, waardoor zij zich niet verzetten tegen de problematische mythes rondom mannelijkheid, maar tegen het politieke ideaal van sociale gelijkheid. Seksisme maakt dat mannen en vrouwen in heteroseksuele relaties belemmerd worden in het (seksueel) kennen en erkennen van hun partner. Het ondermijnt ook de morele deugden, het redeneringsvermogen en de integriteit van advocaten en rechters, die er systematisch in falen om de basisrechten van vrouwen te beschermen, laat staan die van groepen in kwetsbaardere posities. Niemand is écht vrij totdat we allemaal vrij zijn. Hoewel dit citaat vaak aangehaald wordt om het belang van solidariteit tussen verschillende verzetsgroepen te benadrukken, geldt het voor alle sociale relaties waarin we elkaar treffen.
Sophie Gilbert. Girl on girl: How pop culture turned a generation of women against themselves. (Londen: Penguin Random House, 2025).
Claudia Gâlgău is doctoraatsonderzoeker aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (KU Leuven). Ze werkt op het snijvlak van politieke filosofie en kennisleer. In haar proefschrift onderzoekt ze nieuwe vormen van onderdrukking en epistemisch onrecht, met name binnen migratieonderzoek en -beleid.
Dit artikel verscheen in Karakter nr. 93 · Creative Commons BY-NC-ND