Boekverbrandingen nemen een bijzondere plaats in binnen ons historisch bewustzijn. Ze worden vaak voorgesteld als kantelmomenten waarop de kennis en cultuur van een hele samenleving onherroepelijk verloren gaan. Maar hoe accuraat is dat beeld?
Hoe taai zijn boeken?
In onze huidige cultuur lijkt boekvernietiging nog steeds de verzinnebeelding van de ultieme cultuurbarbarij. Het verlies van boeken is bovendien een spraakmakend onderwerp dat de jongste tijd flink wat wetenschappelijke aandacht heeft opgeëist. Nog in 2022 bijvoorbeeld publiceerde Richard Ovenden, zelf bibliothecaris van de iconische Bodleian Library in Oxford, Burning the Books. A History of the Deliberate Destruction of Knowledge. De vernietiging van boeken, in het bijzonder boekverbrandingen, zijn tot een belangrijke cultuurhistorische topos verworden. Ikzelf ben mediëvist en bestudeer middeleeuwse literatuur: ook daar is het verdwijnen van historische handschriften een centrale problematiek. Volgens conservatieve schattingen zou maar 7% van de middeleeuwse boeken nog bestaan. Die karige overlevering speelt de mediëvistiek natuurlijk parten, want het merendeel van de teksten lijkt onherroepelijk verloren.
Dergelijk geringe overlevingscijfers stemmen niet tot optimisme. Toch is het historisch denken makkelijk te verleiden tot schematisering en misschien ook dramatisering. Hieronder komt een hele reeks emblematische boekvernietigingen aan bod: van Alexandrië in de Oudheid, over middeleeuws Bagdad, tot de bombardementen over Londen in de Tweede Wereldoorlog. Steevast zal blijken dat het relaas in de collectieve verbeelding zorgvuldig geconstrueerd werd: historisch gezien blijken de gegevens vaak weinig accuraat – vooral omdat de impact wel eens overschat wordt. Het gros van de boekenvernietigingen die gedocumenteerd werden, bijvoorbeeld in de middeleeuwen, blijkt bovendien utilitaristisch, pragmatisch en niet ideologisch van aard – eenvoudige slijtage lijkt, door de band genomen, eigenlijk nog het belangrijkste motief te zijn geweest om een boek af te danken.
Men ziet een boekvernietiging meestal graag als een enkele, geïsoleerde gebeurtenis die een dramatisch effect zou hebben gehad op de culturele rijkdom van een beschaving – een massa-extinctie, zeg maar, zoals ook de dinosaurussen ondergingen. Die laatste vergelijking is relevanter dan men zou denken. Ongeveer zesenzestig miljoen jaar geleden, sloeg een massieve asteroïde in op aarde. De inslag veroorzaakt wereldwijd een dichte stofwolk die gedurende meer dan een jaar al het zonlicht zou blokkeren, waardoor fotosynthese onmogelijk werd en een langdurige, duistere winter uitbrak: plant- en diersoorten – waaronder de dinosaurussen – stierven massaal uit. Tot 75% van alle diersoorten die de planeet toen bevolkten, stierven uit. Is het, anderzijds, niet wonderbaarlijk dat maar liefst een kwart van alle diersoorten deze ramp wél overleefden? Is dat eigenlijk niet verbazend veel, gegeven de gitzwarte, barre omstandigheden?
Het vervolg van dit artikel leest u in de papieren versie van Karakter. De volledige tekst verschijnt later online.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License