Deel dit artikel

een patiënt met gezondheidsklachten trekt doorgaans naar een arts met de hoop op een duidelijke diagnose: er gaat iets mis in het lichaam, maar mits de juiste behandeling wordt hij of zij uiteindelijk weer de oude. helaas is het niet altijd zo eenvoudig. ondanks uitgebreide onderzoeken zijn de klachten soms niet medisch te verklaren, waardoor de patiënt het risico loopt als lastige klant bestempeld te worden of in het slechtste geval een psychiatrisch label te krijgen. ook bij duidelijk gedefinieerde lichamelijke aandoeningen zijn heel wat symptomen echter gelinkt aan psychologische factoren en aan de verwachtingen van de patiënt. op die manier zit eigenlijk zo goed als alles tussen de oren.

Alle klachten zitten tussen de oren

Omer Van den Bergh 

James W. Pennebaker, werkzaam aan de Universiteit van Texas in Austin en op zijn 70ste nog steeds een van de meest productieve onderzoekers in de psychologie, schreef in 1982 een monografie getiteld The psychology of physical symptoms. Met een reeks inventieve experimenten toonde hij aan dat mensen eigenlijk niet zo’n goede waarnemers zijn van wat er in hun lichaam gebeurt en dat eenvoudige manipulaties van aandacht, geheugen, verwachtingen en opvattingen een sterke invloed hebben op de perceptie en de rapportering van gezondheidsklachten. Leuke bevindingen – één van de studies leidde tot het idee van een ‘cough-o-meter’ om te meten hoe interessant hoorcolleges zijn: hoe interessanter een college, hoe minder er gehoest werd (r=-0,55) – maar veel impact op de geneeskunde hadden ze destijds niet. Nu, bijna 40 jaar later, wordt steeds duidelijker dat de implicaties van het onderzoek naar symptoom- en ziekteperceptie dat hij initieerde erg verstrekkend zijn voor de gangbare medische praktijk.

Wanneer een patiënt met een gezondheidsklacht naar de arts gaat, delen beiden impliciet een gemeenschappelijke veronderstelling: ze zijn het eens dat de klacht teruggevoerd moet kunnen worden tot een lichamelijke dysfunctie, tot iets wat misgaat in het lichaam. Wanneer vervolgens geen lichamelijke oorzaak voor de klachten gevonden wordt, raken beiden al snel op de dool. Helaas is dit niet zelden het geval. In een Duitse populatiestudie bleek dat 81,6 % van de bevolking minstens van één klacht last had zonder dat er een medische verklaring voor was. In een ander onderzoek in de eerste lijn gaven huisartsen zelf aan dat zij voor 76 % van de klachten die hen door patiënten gemeld werden geen medische verklaring hadden. Naar schatting eindigt één derde van alle consulten bij de huisarts zonder aantoonbare fysiologische dysfunctie als oorzaak van de klachten. In de tweede lijn waar patiënten voor verder onderzoek naartoe gaan, liggen de percentages tussen één derde en de helft. Bij 5 % van de algemene populatie en bij 20 % van de huisartsenpatiënten is er sprake van een of andere vorm van stoornis waarbij klachten zonder duidelijke verklaring en een voortdurende overdreven waakzaamheid voor lichamelijke klachten op de voorgrond staan, meestal gepaard gaand met gevoelens van angst en/of depressie.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 69. De volledige tekst verschijnt later online.
Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen