Deel dit artikel

de studie van het immuunsysteem vond haar oorsprong in de staart van een zestiende-eeuwse kip. pas enkele eeuwen na de ontdekking van de mysterieuze kippenbursa werd haar rol vastgesteld: zij brengt cellen voort die bescherming bieden tegen infecties, de zogenaamde b-cellen, bij de mens aanwezig in het beenmerg. ook de thymus speelt zijn rol in ons lichamelijk verweer door de productie van t-cellen. onze exponentieel groeiende kennis over zowel dit adaptieve als het aangeboren immuunsysteem is van groot belang voor onder meer orgaantransplantaties, immunotherapie bij ernstige ziekten en de behandeling van auto-immuunaandoeningen.

De vruchten van de immunologie

Frederik Staels

De fundamenten van ons immuunsysteem gaan tot meer dan 500 miljoen jaar terug in de evolutionaire geschiedenis. Globaal veranderde ons immuunsysteem niet sinds de tak in de levensboom die we delen met haaien en roggen. Zelfs uit de zee komen, op twee voeten lopen en communiceren via een smartphone hebben weinig impact gehad op dit ingenieuze apparaat.

De studie van het immuunsysteem, de immunologie, heeft haar wortels in de zestiende eeuw, toen de Italiaan Fabricius ab Aquapendente een zakvormig orgaan ontdekte in de staart van een kip. Waar deze ‘bursa’ (Latijn voor ’tas’) voor diende, wist men lange tijd niet, maar ze zou een sleutelrol spelen in het ontrafelen van ons immuunsysteem. Voor een eerste doorbraak was het wachten tot 1882, toen Elie Metchnikoff, een Russisch zoöloog, met een microscoop zag dat er cellen rondzwierven in de doorzichtige larve van een zeester. Een geniale ingeving bracht hem tot het idee dat deze cellen betrokken zouden kunnen zijn bij de afweer tegen indringers. Hij stak enkele splinters in deze larves en zag dat een groot deel van de rondzwervende cellen zich verzamelden rond de splinters en deze als het ware opaten. Hij legde de link met het vormen van etter bij mensen en stelde dat, wanneer microben het lichaam binnendringen, de rondzwervende cellen het lichaam gaan verdedigen door die indringers op te eten. Dit proces kreeg de naam fagocytose (‘fagein’ is Grieks voor eten). De Duitser Paul Ehrlich formuleerde in diezelfde tijd de ‘magic bullet’-theorie, waarin hij stelde dat het immuunsysteem als een sleutel-slot werkte: de detectie van een indringer brengt het lichaam tot het aanmaken van een magic bullet, een specifiek stofje dat zich vastzet op deze indringer en hem vervolgens doodt. De sleutel en het slot noemde hij de antistof en het antigen. In 1908 kregen beide heren voor hun wetenschappelijke inzichten de Nobelprijs voor geneeskunde.

De toon was gezet en het onderzoek naar de ontrafeling van het immuunsysteem zette zich razendsnel door in de twintigste eeuw. Een spilfiguur was Jacques Miller, die in 1961 als eerste aantoonde dat de thymus (of zwezerik) cruciaal is voor onze immuunafweer. Hij verwijderde de thymus bij pasgeboren muizen die hij nadien transplanteerde met een huid-ent van een vreemde muis. Normaliter zou zo’n ent worden afgestoten, maar bij muizen zonder thymus gebeurde dit niet. De pasgeboren muizen zonder thymus liepen bovendien vaak infecties op en bleken ook weinig éénkernige witte bloedcellen (lymfocyten) te hebben. Miller concludeerde daaruit dat deze lymfocyten hun oorsprong hadden in de thymus en noemde ze daarom T-cellen. Hij dacht dat ze belangrijk waren in de afweer tegen infecties en in het onderscheiden van ‘eigen’ en ‘niet-eigen’ weefsel. Enkele jaren eerder al, in 1952, raakte de Amerikaanse kinderarts Colonel Ogden Bruton geïntrigeerd door een jonge patiënt met herhaaldelijke ernstige infecties. Deze patiënt bleek geen antistoffen te maken, maar wel een normaal aantal lymfocyten en een intacte thymus te hebben. Het raadsel dat deze patiënt stelde, verdeelde immunologen over de hele wereld in twee kampen: diegenen die geloofden dat de T-cel centraal stond en diegenen die geloofden dat de antistof centraal stond in de afweer tegen microben. Het antwoord op dit raadsel bleek verweven te zijn met het eeuwenoude mysterie van de bursa van Fabricius.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 70. De volledige versie verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen