Deel dit artikel

het vorige nummer van karakter leerde ons al dat onze hersenen systematisch voorspellingen maken en die voortdurend bijsturen op basis van de zintuiglijke input die we te verwerken krijgen. hoe minder voorspellingsfouten, hoe beter, uiteraard. dat hoeft niet te betekenen dat er geen ruimte is voor verlangens en gevoelens of dat we ons maar beter terugtrekken in een kamer zonder enige ruis, verandering of onzekerheid.

De ontsnapping uit de donkere kamer

Sander Van de Cruys

Volgens dichter en filosoof Paul Valéry (1871–1945) is het produceren van toekomst het doel van de hersenen. Het is precies dit idee dat zovele decennia later uitgewerkt en geformaliseerd wordt in de recente neurocognitieve theorie van de predictieve verwerking (zie Karakter 69). Om de eigen toekomst te produceren moet het brein noodzakelijkerwijs een voorspellend model van die toekomst aanleren en toepassen. Zowel de binnenwereld (d.w.z. de noden van het eigen lichaam zoals ze evolueren doorheen de tijd) als de buitenwereld wordt voorspeld zodat prikkels die het verdere voortbestaan van het organisme in gevaar brengen vaak op voorhand al geneutraliseerd kunnen worden. Als we ons voortbewegen in de wereld moeten we die wereld niet steeds van nul opbouwen puur op basis van onze zintuiglijke indrukken. Nee, we gebruiken voortdurend en onbewust onze mentale modellen om onze omgeving te construeren en om erop vooruit te lopen, terwijl de zintuiglijke informatie enkel ter correctie van die constructie dient, om te beletten dat onze constructies ontsporen in regelrechte hallucinaties. Dit wordt gevat in het centrale concept van de voorspellingsfout, het verschil tussen het verwachte, geconstrueerde inputpatroon en het werkelijke prikkelpatroon van onze zintuigen. Let wel, onze mentale modellen zijn in hiërarchische lagen opgebouwd, als een soort waterval van afhankelijke voorspellingen, waarbij de hogere lagen patronen voorspellen over grotere tijdschaal of ruimtespanne. In elke laag (elk gebied in de cortex) ontstaan voorspellingsfouten door confrontatie van de verwachte input (top-down; komende van een hogere regio) met de bottom-up neurale inputs van de regio. De theorie van de predictieve verwerking stelt dat het reduceren van voorspellingsfouten over al die lagen het fundamentele principe van de hersenwerking is. Zowel leren (het aanpassen van je modellen aan de wereld) als gedrag (het aanpassen van de wereld aan je modellen)  kunnen ingezet worden om de gedetecteerde voorspellingsfouten te verkleinen. Om een idee te krijgen van de wiskundige machinerie hierachter, stel je je best een berglandschap voor, waarbij de hoogte van de pieken de grootte van de voorspellingsfout voorstelt. Waar je je ook bevindt in het landschap, het doel is, net zoals een rollende bal, af te dalen naar de diepste dalen, de minima.

Critici van de theorie van de predictieve verwerking stellen echter dat het landschap dat de theorie tekent eerder een woestijnlandschap wordt, een verarmde voorstelling van ons mentale leven, waarin geen plaats is voor verlangens of emoties. Alles wordt gereduceerd tot voorspellingen, met het reduceren van voorspellingsfouten als enige doel. De theorie mag het leren en onze waarneming dan wel goed verklaren (zie Karakter 69), ze schiet schromelijk tekort in ‘zaken van het hart’. Bovendien, zo gaan de critici verder, kan de theorie enkel gewoontedieren voortbrengen. Net zoals volgens velen de sociale media ons zouden opsluiten in echokamers die ons enkel dat wat we reeds verwachten voorschotelen, zo zou ook de theorie van de predictieve verwerking een al te conservatieve reflex bestendigen. Ten dele klopt dit natuurlijk met de dagelijkse werkelijkheid voor mens en dier: het merendeel van de tijd zijn we inderdaad gewoontebeestjes, met ieder z’n eigen gedachte- en gedragsroutines. Ieder heeft daarbij z’n eigen selectieve blik op de werkelijkheid die wel min of meer werkt voor ons,  maar ook regelmatig de onderlinge communicatie bemoeilijkt. Psychologen spreken hier over de confirmation bias: we voorspellen de wereld niet alleen, maar gaan ook selectief op zoek naar een omgeving die onze voorspellingen bevestigt (en daarmee de kans op voorspellingsfouten verkleint).

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 70. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen