Deel dit artikel

er gaan te weinig publieke middelen naar onderzoek. daarover lijkt haast iedereen het eens. er is heel wat minder eensgezindheid als het gaat over hoe de middelen voor onderzoek best verdeeld worden. aan de ku leuven was de voorbije jaren een denkgroep actief die zich boog over deze kwestie. die denkgroep concludeert nu dat de manier waarop die middelen momenteel verdeeld worden niet optimaal is, en stelt voor om tenminste een deel ervan op een radicaal andere manier te verdelen.

Kunnen we onderzoeksgeld beter verbranden dan verdelen?

Stijn Conix en Andreas De Block

Wetenschappers beoordelen het werk van andere wetenschappers, en bepalen uiteindelijk welk werk gepubliceerd mag worden. Toen men in de jaren zestig van de vorige eeuw grote publieke investeringen in wetenschappelijk onderzoek begon te doen, oordeelde men dat een grotendeels gelijkaardige methode gebruikt kon worden voor het verdelen van onderzoeksmiddelen. Die licht aangepaste methode houdt in dat wetenschappelijke comités, raden of fondsen wetenschappers vragen om projectvoorstellen te schrijven, waarna ze die voorstellen aan experten in het domein voorleggen. De voorstellen die door de experten als de beste worden gezien, krijgen ten slotte de gevraagde middelen. Wie niet succesvol was, kan een nieuwe aanvraag doen in een volgende ronde of via een ander kanaal.

Dergelijke projectfinanciering op basis van peer review geldt vandaag als internationale standaard, en Vlaanderen volgt die standaard. Alleen al voor fundamenteel onderzoek verdeelt het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) jaarlijks ongeveer 120 miljoen euro op deze wijze, terwijl de KU Leuven via haar Onderzoeksraad deze procedures gebruikt om elk jaar meer dan 60 miljoen euro uit het Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF) te verdelen. Ook Europese middelen voor onderzoek worden bijna uitsluitend verdeeld op deze manier.

Op het eerste gezicht valt er veel te zeggen voor dit systeem. Het lijkt immers vanzelfsprekend dat wetenschappelijke experten het best geplaatst zijn om te bepalen welk onderzoek succesvol (in brede zin) zal zijn en dus financiering verdient. Toch zien we de laatste jaren vaak opiniestukken verschijnen waarin onderzoekers projectfinanciering bekritiseren als tijdsintensief, demotiverend en conservatief. Het zou ook zorgen voor onnodige druk op wetenschappers, en hier en daar is er zelfs een wetenschapper die durft te opperen dat de gebruikte verdelingsmechanismen de deur openen voor vriendjespolitiek. Deze opiniestukken zijn niet zomaar lege jammerklachten van wetenschappers die het systeem hard aanpakken omdat hun eigen aanvragen niet succesvol waren. De conclusies van de opiniestukken verschillen immers niet fundamenteel van de conclusies van wetenschappelijk onderzoek naar het huidige systeem.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 70. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen