Deel dit artikel

hoewel psychische problemen en depressie in het bijzonder zo vaak voorkomen dat haast elke belg er van nabij mee te maken krijgt, wordt er nog steeds weinig aandacht aan geschonken in het gezondheidsbeleid en heerst er ook bij de gemiddelde burger nog veel onbegrip. vaak wordt gedacht dat iemand met een depressie daar met een beetje goede wil zelf weer overheen kan komen, maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. therapie en medicatie kunnen daarentegen wel heel veel betekenen. om te begrijpen hoe moeten we eerst een duidelijker beeld krijgen van wat depressie precies is. de immunologie kan daar een verrassende rol in spelen.

Depressie, een ontsteking van de geest

Koen Schruers

Depressie komt zo vaak voor dat we gerust kunnen stellen dat iedereen er ooit wel mee te maken krijgt. In zowat elk gezin in Vlaanderen is er iemand die op zijn minst één keer in zijn of haar leven een depressie meemaakt. Elk jaar sterven er in Vlaanderen meer dan duizend mensen door suïcide en een belangrijk deel daarvan lijdt aan depressie. Wereldwijd zal depressie tegen 2030 de belangrijkste oorzaak zijn van niet-functioneren in het dagelijkse leven. Toch zijn depressie en ‘psychische stoornissen’ in het algemeen geen prioriteit in het gezondheidsbeleid. Zou dat iets te maken kunnen hebben met de manier waarop wij tegen depressie aankijken? Want hoe gaan we eigenlijk om met iemand met een depressie ­– een partner, een familielid, een vriend?

Wie depressief is, is voortdurend somber, pessimistisch, focust op het negatieve en de tegenslagen in het leven en lijkt blind voor meevallers. Hij of zij kan niet meer genieten van dingen die vroeger fijn waren, wordt passief, initiatiefloos en heeft amper nog energie. Het eten smaakt niet meer en slapen is een ramp. Misschien antwoordt zo iemand wel ‘nee’ op het standaard ‘en, ça va?’. Wat doe je dan? Eerlijk, wie zou dan zeggen: ‘kom, ga even zitten en vertel eens wat er scheelt’?

De meeste mensen voelen zich onzeker in de omgang met iemand die depressie uitstraalt, en komen niet verder dan goedbedoelde raad in de trant van ‘trek het u niet aan’ of ‘het zal allemaal wel beter gaan’. Wie zelf een periode heeft meegemaakt waarin het wat minder ging, geeft soms onbewust het signaal ‘get over it, het is mij tenslotte ook gelukt’. En lijkt de ernst en duur van de klachten niet in verhouding te staan tot de ernst van de tegenslag, dan worden er wenkbrauwen gefronst: heeft het nu nog niet lang genoeg geduurd?

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 70. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen