Deel dit artikel

de ‘galante’ componisten van de achttiende eeuw streefden naar elegante, heldere eenvoud. Hun gebruik van steeds weerkerende patronen of ‘schemata’ in telkens verschillende combinaties zorgde voor een gigantische output. op basis van een partimento of embryonale aaneenschakeling van zulke schemata, met doorgaans enkel een uitgeschreven baslijn, kon een uitvoerder met de nodige kennis een volwaardige compositie uitwerken. partimenti waren dan ook in de eerste plaats werkinstrumenten uit de achttiende-eeuwse conservatoria, bedoeld om studenten patronen te leren herkennen en creatieve uitwerkingsmogelijkheden te tonen. zo kunnen ze ook interessant blijken voor het huidige harmonieonderwijs.

Iedereen componist: Muziekonderwijs van wees- tot wonderkind

Pieter Bergé

In 2007 publiceerde de Amerikaanse musicoloog Robert O. Gjerdingen een omvangrijk traktaat met als titel Music in the Galant Style. De ‘galante stijl’ in de titel verwijst naar een sterke tendens in de muziek van ca. 1720 tot ca. 1770 om komaf te maken met de complexe compositiekunst zoals we die bijvoorbeeld terugvinden in het oeuvre van Johann Sebastian Bach. Eerder dan diens geniale maar vaak ingewikkelde stijl te willen nabootsen, streefden de galante componisten naar radicale vereenvoudiging: hun voorkeur ging uit naar elegante melodische lijnen, soepele en korte fraseringen, transparante harmonieën, een helder klankbeeld, enzovoort. De oude Bach had afgedaan, ‘galant’ was het nieuwe modern. Onder meer ‘klassieke’ componisten zoals Bachs jongste zoon Johann Christian, de jonge Haydn en de nog jongere Mozart behoorden tot deze nieuwe strekking, maar ook componisten die vandaag steevast in de ‘barok’ worden gehuisvest, zoals Vivaldi, Händel en Telemann, dragen er al duidelijke sporen van.

Wat Gjerdingen bijzonder fascineerde aan deze stijl was de enorme output van de meeste galante componisten. Het leek wel of ze aan de lopende band nieuwe werken voltooiden. Omdat het verschijnsel zo algemeen was, ging Gjerdingen ervan uit dat dit te maken moest hebben met de aard van de galante muziek zelf. Gedurende meer dan dertig jaar bestudeerde hij duizenden en duizenden composities. Zo kwam hij tot de vaststelling dat al deze muziek in essentie terug te voeren was tot een systeem waarin enkele steeds terugkerende patroontjes in telkens weer wisselende combinaties en uitwerkingen met elkaar verbonden werden – een beetje zoals je met één blokkendoos oneindig veel kastelen kunt bouwen: die lijken natuurlijk allemaal wel enigszins op elkaar, maar tonen tegelijkertijd ook voldoende verschillen om uniek te zijn. Gjerdingen noemde deze patroontjes ‘schemata’.

In essentie is zo’n schema buitengewoon eenvoudig: het bestaat uit de combinatie van een korte melodische lijn (de bovenste stem) en een ondersteunende harmonische lijn die evenveel noten bevat (de onderste stem of baslijn). Een simpel voorbeeld is het ‘do-re-mi-schema’. De sopraanlijn van dit schema bestaat uit de noten do-re-mi, de begeleidende lijn uit de noten do-si-do of eventueel do-sol-do. Wanneer je die twee lijnen samen speelt, krijg je een simpel patroontje dat zelfs het kleinste kind kan onthouden. Op zich levert dat geen interessante muziek op, maar het schema is dan ook niets meer dan een vertrekpunt dat op talloze manieren uitgewerkt kan worden.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 73. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen