Deel dit artikel

al sinds midden twintigste eeuw houden onderzoekers uit tal van domeinen zich bezig met artificiële intelligentie. Dat is trouwens geen kwestie van het emuleren van de algemene intelligentie van de mens. ai-onderzoekers proberen systemen te ontwikkelen die heel specifieke taken net zo goed kunnen uitvoeren als de mens of zelfs beter. aanvankelijk was dat helemaal niet vanzelfsprekend, onder meer door de rekencapaciteit van computers in de vroege jaren, en werden er beloftes gemaakt die niet altijd waargemaakt konden worden. toch waren er de afgelopen decennia ook een heel aantal spectaculaire doorbraken, en de verrassingen zullen blijven komen.

Er komen geen winters meer. Over de definitieve doorbraak van AI

Danny De Schreye

Artificiële Intelligentie (verkort AI) was in het voorbije decennium frequent en prominent aanwezig in de media. Voor velen schept dit de indruk dat het domein en de technologie heel nieuw zijn. Die perceptie is fout: de eerste internationale conferentie over AI vond al plaats in 1956. Ze werd bijgewoond door een aantal prominente onderzoekers uit de vroege computerwetenschappen, informatietheorie en wiskunde, en zelfs uit de psychologie. Onder hen bevonden zich pioniers zoals John McCarthy (uitvinder van Lisp, de eerste programmeertaal van hoog niveau), Claude Shannon (uitvinder van de informatietheorie), Marvin Minsky, Herbert Simon en Allen Newell (latere winnaars van de Turing Award).

De doelstellingen van die eerste conferentie over AI waren erg ambitieus: het opzetten van een onderzoekagenda voor het ontwerp en de ontwikkeling van computersystemen die taken kunnen vervullen die tot dusver alleen door mensen konden worden uitgevoerd. Het betreft taken zoals nieuwe concepten automatisch aanleren, natuurlijke taal begrijpen, vertalen en genereren, creativiteit tonen, plannen maken voor complexe taken (onder andere voor moeilijkere spellen, zoals schaken), het begrijpen van en het kunnen handelen op basis van visuele perceptie. Vrijwel al deze taken staan momenteel nog steeds centraal in AI.

De naam ‘Artificiële Intelligentie’ is overigens misleidend. Het suggereert dat het domein een ‘intelligentie’ nastreeft, vergelijkbaar met die van de mens. Dat is niet zo. Er bestaat een specifiekere naam voor de ontwikkeling van systemen met een intelligentie vergelijkbaar met die van de mens: Artificiële Algemene Intelligentie. Dit domein staat in zijn kinderschoenen. Er werd hierover nog heel weinig onderzoek uitgevoerd en er is bijzonder weinig bereikt. AI is veel beperkter in scope. Daar willen onderzoekers inzoomen op een welbepaalde taak die door mensen goed uitgevoerd wordt en trachten ze vervolgens systemen te ontwikkelen die die taak even goed uitvoeren als de mens, of zelfs beter. AI-onderzoekers hebben vaak een heel prozaïsche visie op hun taak: ze wensen functies te benaderen of na te bootsen. Denk aan het schaakspel. Veronderstel een functie die aan elk gegeven schaakbord een zet verbindt die typisch door een grootmeester in dat bord verkozen zou worden. AI ontwikkelt dan een systeem dat deze functie zo goed mogelijk nabootst of zelfs verbetert. Een ander voorbeeld is het vertalen van Engels naar Russisch. Een vertaling beeldt elke Engelse zin af op een Russische zin die dezelfde betekenis heeft. AI-onderzoekers bedenken een systeem dat deze functie zo goed mogelijk kan benaderen.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 73. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen