In 2024 won de Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang de Nobelprijs voor Literatuur. Aan deze bekroning ging een lange geschiedenis vooraf, waar vertalers een sleutelrol in gespeeld hebben. Hoe belangrijk zijn zij? Het verhaal van Han Kang legt enkele cruciale mechanismen bloot in de internationale verspreiding van literatuur. Ze zijn een uitnodiging tot een bijzondere omgang met vertalingen via een geëngageerde vorm van lezen.
Lezen als vertalers? Wat het werk van Han Kang ons leert over onze omgang met vertaalde literatuur
Hoe wint iemand een Nobelprijs voor Literatuur? De keuze van een winnaar uit tientallen potentiële kandidaten is niet alleen een kwestie van literaire kwaliteit, maar wordt ook beïnvloed door de marktmechanismen van het internationale boekbedrijf. Welke titels op de leeslijst van de jury belanden, hangt af van het advies van externe experten, voormalige winnaars, academiën, universiteiten en andere instellingen ter bevordering van literatuur. De selectie wordt verder bepaald door de beschikbaarheid van oeuvres in talen die de jury beheerst. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom in de brede stroom van boekvertalingen wereldwijd het aantal vertalingen naar het Zweeds, hoewel geen wereldtaal, opmerkelijk hoog is in vergelijking met andere talen met evenveel (of even weinig) moedertaalsprekers.
Deze logica hebben de beleidsmakers in Zuid-Korea al vele jaren goed begrepen. Sinds 1982 zijn verschillende organisaties in de weer met het internationaal verspreiden van de Zuid-Koreaanse cultuur en literatuur via vertaling, promotie en netwerken. Die inspanningen hebben geleid tot een grotere populariteit van Koreaanse popmuziek (de zogenaamde K-pop), televisieseries (denk aan Squid Game) en literatuur. Toen Han Kang vorig jaar als eerste Zuid-Koreaanse auteur ooit de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen, was dat niet alleen aan kwaliteit en geluk te danken. Aan haar prestigieuze onderscheiding ging een lang traject van interculturele bemiddeling en doelgerichte promotie vooraf. Haar grote doorbraak kwam er in 2016, toen ze samen met haar Engelse vertaalster Deborah Smith de Man Booker International Prize won voor The Vegetarian. Zo leerde de wereld een Zuid-Koreaanse schrijfster kennen die in de jaren nadien almaar meer zichtbaarheid zou verwerven. Zonder deze boost zou ze nooit de Nobelprijs gewonnen hebben.
De jury loofde de taal die ze hanteert. Die lof is minder evident dan hij lijkt.
Bij de uitreiking in oktober 2024 loofde de jury van de Zweedse Academie Han Kangs ‘intense poëtische proza, dat historische trauma’s aan de kaak stelt en de kwetsbaarheid van het menselijke bestaan laat zien.’ De auteur slaagt erin om de ‘empathie met vaak vrouwelijke, kwetsbare levens’ te versterken door het gebruik van originele en krachtige metaforen. In de waardering wordt expliciet gewezen op de taal die ze hanteert – hoe kan het ook anders bij een Nobelprijs Literatuur? Maar net deze evidentie is bij nader inzien niet vanzelfsprekend. Vertaal- en literatuurwetenschappers hebben aangetoond dat de vertaalbewegingen ervoor gezorgd hebben dat het werk van Han Kang op uiteenlopende manieren aan het publiek werd gepresenteerd. Haar internationale succes van de voorbije tien jaar heeft inderdaad niet alleen te maken met de beschikbaarheid van haar werken in het Engels, maar ook en vooral met de manier waarop die uit het Zuid-Koreaans werden omgezet.
Een vertaling brengt altijd verandering met zich mee, om tal van redenen. Mattho Mandersloot, de Nederlandse vertaler van Han Kangs recente werk, legt uit dat de Koreaanse taal een erg fragmentaire zinsstructuur heeft, die voor moedertaalsprekers erg natuurlijk overkomt. ‘Dat geldt ook voor het proza van Han Kang. Een vertaler die zich uit alle macht vastklampt aan die zinsstructuur, zou uitkomen bij een houterig proza dat haar werk oneer aandoet. Daardoor word je soms verplicht om iets van wat in de oorspronkelijke tekst impliciet blijft, te expliciteren.’ Dat is een moeilijke evenwichtsoefening: je wil immers niets toevoegen dat niet in de oorspronkelijke tekst vervat zit, al zijn vertaalkeuzes onvermijdelijk het resultaat van persoonlijke lectuur en interpretatie. In onderstaand voorbeeld uit de roman Ik zeg geen vaarwel (2023) zien we hoe Mattho Mandersloot een (niet gepubliceerde) woord-voor-woord-vertaling (1), hier voor de gelegenheid aangeleverd, omzet naar zinnen die een stuk beter lezen in de uiteindelijke vertaling (2):
(1)
무엇을 생각하면 견딜 수 있나.
가슴에 활활 일어나는 불이 없다면.
기어이 돌아가 껴안을 네가 없다면.
(p. 134 van het origineel)
Als ik iets denk, kan ik het doorstaan?
Als het rijzende vuur in mijn borst er niet is.
Als jij, die ik ga omhelzen, er niet meer bent nadat ik terug ben gegaan.
(2)
Waaraan moet ik denken om dit te overleven?
Wat als het laaiende vuur in mijn borst op een gegeven moment dooft?
Wat als ik terugkeer, maar jij bent er niet meer om in mijn armen te sluiten?
(Ik zeg geen vaarwel, p. 124)
Een ander structureel verschil tussen het Koreaans en vele westerse talen, zijn de verschillende gradaties van de beleefdheidsvorm. Terwijl er in het Koreaans zo’n zes à zeven niveaus onderscheiden worden, hebben we in het Nederlands en het Frans nog de keuze tussen ‘jij’ en ‘u’, terwijl die tweedeling in het Engels helemaal verdwijnt in de trechter van de ‘you’. Dat zien we onder andere in de vertalingen van De vegetariër. De Nederlandse versie werd gemaakt op basis van de Engelse (wegens geen geschikte vertalers beschikbaar), met alle gevolgen vandien. Vandersloot bestudeerde de verschillende versies en kwam tot de conclusie dat ‘met name in de dialogen de verhoudingen tussen de personages vertroebelen’. De subtiele sociale verhoudingen die via het Koreaans taalidioom accuraat uitgedrukt konden worden, worden onzichtbaar in het Nederlands.
Daarnaast worden vertalers vaak geconfronteerd met cultuurspecifieke elementen die vaak als onvertaalbaar worden beschouwd: lokale referenties, culturele gevoeligheden, contextgebonden humor. Hoe verder een cultuur van ons bekende westerse wereldbeeld verwijderd is, hoe moeilijker het wordt om de vertaalslag te maken. In de Zuid-Koreaanse cultuur is het concept ‘han’ – 한 – hiervan een treffend voorbeeld. Het verwijst naar een complex gevoel van diepgaand verdriet, pijn en woede dat teruggaat op de traumatische geschiedenis van het land, met name de Japanse overheersing tussen 1910 en 1945. De Engelstalige Wikipediapagina heeft meer dan drieduizend woorden nodig om het hele concept te duiden. Een groot deel van de Zuid-Koreaanse literaire canon wordt getekend door de omgang met han, in vorm en inhoud. Dat uit zich bijvoorbeeld in karakterschetsen van personages of in de enscenering van belangrijke gebeurtenissen.
Hoe vertalers met deze culturele referenties omgaan, wordt sterk bepaald door de normen van de (ver)taalcultuur waarin ze werken; de verschillen tussen Zuid-Korea en de Angelsaksische wereld zijn in dit opzicht erg groot. Sinds jaar en dag worden in de Engelstalige boekenmarkt deze ‘realia’ vaak weggegomd of aangepast door vertalers en redacteuren, vanuit de overtuiging dat lezers niet de indruk mogen krijgen dat ze een vertaling aan het lezen zijn. De voorstanders van deze naturalisering zien hierin de kerntaak van de vertaler weerspiegeld (een tekst in al haar dimensies verstaanbaar maken voor een nieuw publiek), terwijl tegenstanders deze praktijk beschouwen als volstrekt ontoelaatbaar, want te zeer verwijderd van de oorspronkelijke tekst. In de recente vertaalgeschiedenis van Zuid-Korea zijn dit soort naturaliseringen (naar het Koreaans) veel minder ingeburgerd. Er bestaat een sterke traditie van letterlijk vertalen, die soms resulteert in onnatuurlijk klinkende Koreaanse teksten. Onderzoeker Huijai Lee verbindt deze traditie met de alomtegenwoordige bewondering voor het Engels, die ontstond toen Zuid-Korea onafhankelijk werd van Japan door een Amerikaanse militaire tussenkomst.
Na de Man Booker Prize ontstond een heuse vertaalrel
Al deze talige en culturele verschillen vormen de achtergrond waartegen Deborah Smith haar vertaling maakte van De vegetariër, tot op vandaag Han Kangs bekendste roman. Centraal staat Yeong-hye, het vrouwelijke hoofdpersonage dat op een dag beslist om geen vlees meer te eten. Deze voor westerse lezers ogenschijnlijk banale keuze heeft verstrekkende gevolgen, want Yeong-hye raakt helemaal geïsoleerd. De vrijheid van de vrouw binnen een patriarchiale familieconstructie en, algemener, de sociale relaties tussen mannen en vrouwen, zijn dan ook een belangrijk thema in De vegetariër. Het boek werd aanvankelijk positief ontvangen, onder meer omdat westerse lezers het boek konden rijmen met een traditie waarmee ze vertrouwd mee waren, de madwoman fiction – literaire werken over vrouwelijke razernij die erop gericht is om stereotiepe en denigrerende sociale patronen te doorbreken.
Maar in de nasleep van de Man Booker Prize ontstond een heuse vertaalrel, ondanks de lovende woorden van de jury. De Los Angeles Times noteerde op basis van onderzoek naar het eerste deel van het boek dat niet minder dan 10,9 procent van de tekst verkeerd vertaald was en 5,7 procent gewoon was weggelaten. De toon in de New York Review of Books was niet veel vriendelijker. De Engelse vertaling werd er omschreven als ‘opportunistisch’ en ‘ongemakkelijk’. De bezwaren hadden betrekking op zowel aparte woorden die simpelweg verkeerd vertaald waren (‘voet’ in plaats van ‘arm’, ‘limoen’ in plaats van ‘meloen’) als op algemene stijlkenmerken die afbreuk deden aan het origineel. In eerste instantie erkenden de auteur en de vertaalster dat de Engelse tekst fouten bevatte en gingen ze akkoord met de publicatie van een nieuwe versie waarin zo’n zestig revisies werden doorgevoerd.
Aan wie of wat moet de literaire vertaler trouw zijn: de tekst, de auteur of de lezer?
De herziene vertaling verschilde echter niet wezenlijk van de eerste. Het dispuut ging dan ook niet zozeer over specifieke vertaalfouten, maar over een visie op het wezen van literaire vertaling. Wat betekent het dat een vertaler ‘trouw’ is? Aan wie of wat moet die trouw dan gezworen worden: de tekst, de auteur, de lezer? Han Kang zelf stemde alvast in met de Engelse versie en heeft Smith altijd verdedigd. Als jonge vertaalster met weinig ervaring kon ze de steun van de auteur wel gebruiken. Tot op vandaag hanteert de Nederlandse uitgeverij Nijgh & Van Ditmar deze auctoriële zegen als argument om geen nieuwe vertaling van De vegetariër, rechtstreeks uit het Koreaans, uit te brengen. Deborah Smith zelf heeft zich niet zomaar achter haar auteur verscholen. In 2019 verdedigde ze haar werk in een essay, Fidelity, waarin ze stelde dat er verschillende vormen van ‘trouw’ bestaan en dat ‘verandering’ geen ‘verraad’ hoeft te impliceren. Wat bedoelde ze hiermee?
Veel critici hadden niet zozeer problemen met wat de vertaalster niet of onvolledig had vertaald, maar wel met wat ze had toegevoegd. De Koreaans-Amerikaanse vertaaldocent Charse Yun stelt dat Smith haar feministische interpretatie te expliciet laat doorschemeren in de vertaling, via overdrijvingen op stilistisch vlak of in karakterschetsen, bijvoorbeeld door de echtgenoot als extreme vrouwenhater neer te zetten. Daardoor wordt het hele boek te veel in een westerse mal gepropt, zowel op inhoudelijk vlak (de tekst komt over als een heroïsch verzetsverhaal) als wat stijl betreft (formele, lyrische, volle zinnen in het Engels versus een sobere, soms elliptische zinsbouw in het Koreaans). De kritiek was ook bijzonder fel in Korea zelf: het bewerken van het eigen idioom riep voor velen reminiscenties op aan de Japanse kolonisatie, toen het verboden was om de eigen taal te spreken. Andere wetenschappers, zoals Sun Kyoung Yoon, zijn het hier niet mee eens, en vinden dat deze vertaalkritiek precies illustreert hoe elke vorm van feminisme – bijvoorbeeld een feministische interpretatie van de tekst – als niet legitiem wordt aanzien, met name door mannen. En dat is precies de blinde vlek in de Koreaanse maatschappij die de auteur wil blootleggen.
Lezen als een vertaler betekent oog hebben voor de culturele gelaagdheid van taal
Wat is de rol van de lezer in dit alles? Naar aanleiding van Han Kangs Nobelprijs deed onderzoekster Claire Gullander-Drolet een oproep om te gaan ‘lezen als vertalers’: heel nauw op de tekst betrokken, met oog voor wat ze ‘ineengevlochten momenten’ noemt. Hiermee doelt ze op complexe passages waar vertalers mee hebben geworsteld omdat er veel betekenislagen in samenkomen die moeilijk over te zetten zijn naar een andere taal en cultuur. Het is de verantwoordelijkheid van de lezer, zegt ze, om verder en dieper te graven, op zoek naar de culturele gelaagdheid van woorden en zinnen. Als voorbeeld haalt ze een vaak bediscussieerde metafoor aan uit De vegetariër: de beschrijving door de echtgenoot van zijn vrouw nadat hij haar heeft verkracht. Hij vergelijkt haar met een ‘chonggun wianbu’, een eufemisme dat in het Engels doorgaans wordt weergegeven met ‘comfort woman’ en in het Nederlands met ‘troostmeisje’, en verwijst naar de gedwongen prostitutie door Japanse soldaten van (voornamelijk Koreaanse) vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hier, zoals in veel andere passages, plaatst Han Kang de concrete gebeurtenissen van de roman in een web van historische referenties die slechts gesuggereerd worden, maar niet benoemd. En dat is precies wat Smith in haar vertaling wél doet, door de omschrijving van de echtgenoot aan te vullen met de woorden ‘… and I was the Japanese soldier demanding her services’ (‘en ik de Japanse soldaat die haar had overmand’ in de vertaling van Monique Eggermont) – een zinsnede die er niet stond in het Koreaanse origineel. Zonder deze aanvulling zouden de meeste lezers noch de specifieke referentie, noch het meer algemene han-sentiment uit de tekst kunnen halen, terwijl die er een wezenlijk onderdeel van vormt.
Met haar oproep wil Gullander-Drolet het debat breder voeren. Voor haar gaat het niet om hoe je chonggun wianbu nu het best vertaalt, maar om het besef dat de term in het Koreaans al omgeven is met meerdere connotaties. In deze twee woorden zit namelijk een lange geschiedenis gevlochten: in de loop der jaren circuleerden verschillende termen om de gedwongen prostitutie van meisjes en vrouwen te benoemen. Het oorspronkelijke Japanse woord ianfu was ook al een eufemisme, maar in chonggun wianbu klinkt daarbovenop een nuance van vrijwilligheid en gehoorzaamheid door, die dan weer resoneert met de traditionele onderdanigheid van de vrouw in een patriarchale Koreaanse maatschappij die in De vegetariër centraal staat. Als we deze complexe (post)koloniale geschiedenis willen horen opklinken uit de tekst, aldus Gullander-Drolet, moeten we tijdens het lezen hiervoor een bijzondere gevoeligheid ontwikkelen die we met een westerse blik niet zomaar hebben.
De impact van de Nobelprijs reikt veel verder dan de loutere erkenning van een gepubliceerd oeuvre. Schrijvers zien er hun werk ook door veranderen. Hun teksten gaan internationaal circuleren, worden vertaald en door een nieuw publiek gelezen. Elke nieuwe versie is onvermijdelijk het resultaat van een bemiddeling waar verschillende overwegingen spelen en vele actoren in betrokken zijn. Daardoor kunnen nieuwe betekenislagen oplichten die in het origineel niet meteen waarneembaar zijn, of toch niet voor elke lezer. Vertalingen maken teksten toegankelijk voor anderstalige lezers, maar in dat gebaar zit ook de vraag vervat om een dialoog aan te gaan met de woorden op het papier. Die vraag is allesbehalve vrijblijvend.
Han Kang, De vegetariër. (Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2017)
Francis Mus is professor Franse cultuur, literatuur en vertaling aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek richt zich op de internationale verspreiding van moderne en hedendaagse Franstalige literatuur. In 2024 verscheen zijn essay Wie is bang voor de vertaler?
De auteur bedankt Mattho Mandersloot, de Nederlandse vertaler van Han Kangs recente werk, voor zijn medewerking.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License