Deel dit artikel

eind negentiende eeuw schreef de amerikaanse neuroloog edward spitzka dat psychiaters experts zijn in ‘alles behalve de diagnose, behandeling en pathologie van waanzin’. de psychiatrie had het verkorven bij de publieke opinie en bij collega-wetenschappers: ‘krankzinnigen’ werden medisch verzorgd in grote, moderne instellingen, eigenlijk vergaarbakken voor pechvogels allerhande, die in veel gevallen niet genezen konden worden. in een poging wat krediet terug te winnen gingen sommige psychiaters experimenteren met – lichamelijke – behandelingen die we vandaag mensonterend zouden noemen, terwijl de psychoanalyse halverwege de twintigste eeuw aan belang won. zij werd op haar beurt verdrongen door een nieuwe sterke focus op diagnostiek. de vraag is of de beloftes tegenwoordig wél worden ingelost.

Het failliet van de psychiatrie

Pieter R. Adriaens

De psychiatrie heeft altijd onder vuur gelegen. Collega-wetenschappers maken zich vrolijk over haar onwetendheid; patiënten voelen zich onheus behandeld, familieleden genegeerd; afvallige psychiaters leggen hun collega’s over de knie; en de publieke opinie bekijkt met argusogen het aanhoudende tumult. Sinds enige tijd mengen ook historici en sociologen zich in het debat. De geschiedenis van de psychiatrie toont een discipline die worstelt met wat ze niet weet, zeggen Andrew Scull in Psychiatry and its Discontents (zie de tekst van Chris Bervoets in Karakter 71) en Owen Whooley in On the Heels of Ignorance. Hun kritiek is soms eenzijdig, maar vaak terecht. Waar moet het met de psychiatrie naartoe?

Aan het eind van de negentiende eeuw sneerde de Amerikaanse neuroloog Edward Spitzka dat psychiaters experts zijn in ‘alles behalve de diagnose, pathologie en behandeling van waanzin’. Psychiaters hadden inderdaad gegokt en verloren. Met grootse beloftes over efficiëntere zorg en spectaculaire herstelpercentages hadden ze honderd jaar eerder overheden overtuigd dat krankzinnigen thuishoren in grote, moderne instellingen. Daar zouden ze worden verzorgd en genezen door medisch bekwaam personeel, eerder dan door hun familie of door leken en religieuze figuren, zoals vaak het geval was in de kleinschaliger dolhuizen van de zeventiende en achttiende eeuw. De imposante gestichten die vervolgens in Europa en Noord-Amerika uit de grond rezen, stroomden al gauw vol met allerlei pechvogels, buitenbeentjes en sukkelaars. De overbevolking leidde tot allerlei misstanden en toen bleek dat uiteindelijk nauwelijks een derde van de patiënten kon worden genezen, keerden zowel collega-wetenschappers, zoals Spitzka, als de publieke opinie zich tegen de psychiatrie.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 76. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen