Deel dit artikel

wat de beste manier is om iets te verkopen is een vraag die iedereen zich weleens stelt, of het nu om de particulier gaat die een goed op het internet te koop aanbiedt of een overheid die maandelijks enkele miljarden schuld uitgeeft waar spaarders via banken op inschrijven. die vraag houdt ons dan ook al millennia bezig, van in het byzantijnse rijk over de egyptische zoutveilingen tot de ‘vendutiën’ van de oostendse compagnie, een concurrent van de vereenigde oostindische. veel recenter, in 2020, werd de nobelprijs voor economie toegekend aan paul milgrom en robert wilson voor hun baanbrekende werk in veilingtheorie. deze theorie brengt eenheid in de verscheidenheid van de vele methoden die een verkoper kan hanteren om uit te vissen hoeveel kopers nu precies veil hebben voor het aangeboden object.

Eenmaal, andermaal en… verkocht! Over veilingtheorie

Patrick Van Cayseele

In verschillende films en tv-producties worden scènes getoond waarin op een kunstwerk geboden wordt en iedereen zich afvraagt voor welk astronomisch bedrag het van eigenaar zal wisselen. Op het nieuws wordt al eens vermeld dat een eerste druk van een Kuifjealbum geveild werd voor een al even astronomisch bedrag. Op 9 juli 2021 hoorden we dat een potloodtekening van Leonardo da Vinci van 7 op 7 cm bij Christie’s van eigenaar wisselde voor 10,3 miljoen euro. Een brief van Voltaire of Einstein doet het minstens even goed. Zijn de spanning en sensatie dan redenen om de Nobelprijs Economie 2020 toe te kennen aan Robert Wilson en Paul Milgrom voor hun onderzoek over veilingtheorie?

De redenen zijn van heel andere aard. Veilingen zijn een van de oudste en fundamentele verkoopmechanismen. In tegenstelling tot de schilderijen en andere verzamelobjecten die de aandacht trekken, worden veilingen massaal gebruikt door overheden om ons collectieve bezit (of eerder schuld) bij private spelers onder te brengen. Veilingen kunnen in dat opzicht ontworpen worden om zo veel mogelijk op te brengen, waardoor de overheid een ruimer budget heeft en minder belastingen moet heffen of met dezelfde belastingen meer ruimte heeft om collectieve goederen zoals onderwijs, onderzoek of wegeninfrastructuur aan te bieden. Tenslotte stond veilingtheorie aan de wieg van een volledig nieuw domein in de economie: de micromarktstructuur, zijnde de analyse van de organisatie van markten.

Verschillende formaten voor eenzelfde fundamenteel probleem: bij het tot stand komen van een transactie wil de verkoper liefst zo veel mogelijk ontvangen terwijl de koper zo weinig mogelijk wil betalen. De verkoper zou een prijs kunnen vastleggen en elke koper die bereid is die prijs te betalen kan het product dan verwerven. Maar de verkoper zou de prijs ook open kunnen laten en het verkoopmechanisme op een andere manier vastleggen, bijvoorbeeld door te stellen dat het te koop gestelde object (het kunnen er meerdere zijn) gaat naar de hoogste bieder(s). De kopers worden dan tegen elkaar uitgespeeld om zo veel mogelijk hun gretigheid voor het object in geld voor de verkoper om te zetten. Dat is de essentie van een veiling. Maar op welke manier kan de verkoper dit doen? De meest bekende formaten zijn de Engelse veiling, de Hollandse veiling en de veiling met biedingen onder gesloten omslag.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 76. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen