Deel dit artikel

in de jaren negentig van de voorbije eeuw stonden wetenschappers en filosofen lijnrecht tegenover wetenschapshistorici en -sociologen in de zogenaamde science wars. wetenschappers hekelden dat er steeds sociologische omstandigheden en ideologische aspecten naar voren werden geschoven als verklaringen voor wetenschappelijke observaties, en werden zelf beschuldigd van het idealiseren van hun eigen bezigheden. ook hoe wetenschapsgeschiedenis geschreven wordt en wat we eruit kunnen leren varieert sterk in functie van wie er schrijft.

Wetenschappers en hun geschiedenis

Maarten Van Dyck

Steven Weinbergs To Explain the World. The Discovery of Modern Science werd na de verschijning in 2015 bejubeld in de Engelstalige populaire pers. In de Wall Street Journal verscheen echter een opvallend kritische bespreking met de provocerende titel ‘Why scientists shouldn’t write the history of science’. Het leek een laattijdige herneming van de beruchte science wars uit de jaren negentig waarin wetenschappers en filosofen tegenover wetenschapshistorici en -sociologen kwamen te staan. Steven Weinberg was daarin een van de meest prominente stemmen uit het kamp dat de wetenschapshistorici en -sociologen ervan beschuldigde dat ze de autoriteit van wetenschappelijk onderzoek onderuithaalden op basis van betwistbare aannames. Ze zouden weigeren om te geloven dat wetenschappelijke conclusies aanvaard worden op basis van goede empirische redenen, en in de plaats daarvan allerhande sociologische omstandigheden en ideologische aspecten als verklarende factoren naar voren schuiven. De belaagde historici en sociologen zagen in de geëxalteerde toon van de aantijgingen enkel een bevestiging van hun aannames: blijkbaar was het voor sommige wetenschappers en filosofen wel erg belangrijk om een geïdealiseerd beeld van de wetenschappelijke praktijk op te houden. In 2015 stelde Steven Shapin, een van de belangrijkste oorspronkelijke doelwitten van de science warriors, het als volgt in de conclusie van zijn bespreking van Weinbergs boek in de Wall Street Journal: ‘Dezelfde omstandigheden die wetenschap van haar immense moderne culturele prestige voorzien, zorgen er ook voor dat er een publiek zal zijn voor haar idealisering en celebratie. To Explain the World is voor dat publiek.’ De fundamentele vraag die de bespreking opwierp was dus niet zozeer wie wetenschapsgeschiedenis zou mogen schrijven, als wel wat we daaruit zouden willen leren. Je kan die geschiedenis immers niet schrijven zonder je te verhouden tot de plaats van wetenschap in de manier waarop we onszelf en onze omgang met de wereld definiëren. Weinbergs boek biedt, ook vijf jaar na publicatie, een perfecte aanleiding om deze vraag centraal te stellen, net omdat hij het zo zelfbewust presenteert als een geschiedenis van de wetenschappen zoals gezien door de ogen van een vooraanstaande hedendaagse wetenschapper.

To Explain the World is in de eerste plaats een erg traditionele beschrijving van wat Weinberg de ontdekking van de moderne wetenschap noemt. Het boek vertelt het grotendeels gekende verhaal dat ons van de pre-socratische natuurfilosofen tot aan de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende eeuw brengt, het moment waarop briljante geesten zoals Kepler, Galilei en Newton, na voorzichtige aanzetten uit eerdere periodes, eindelijk de – aldus Weinberg – ‘juiste’ manier ontdekten om empirische ervaring op wiskundige analyse te betrekken. Het enige echt onderscheidende kenmerk van het boek is misschien wel dat het door een Nobelprijswinnaar in de fysica is geschreven. In bijna elk hoofdstuk wordt het historische verhaal onderbroken voor uitweidingen waarin Weinberg zich expliciet beroept op zijn perspectief als praktiserende wetenschapper om bedenkingen te formuleren bij wat de historische actoren deden of nalieten te doen. Het is dit perspectief dat hem ook toelaat om met vertrouwen te oordelen over wat de ‘juiste’ manier is om aan wetenschap te doen. De bijzondere positie van waaruit de auteur schrijft zal voor veel lezers de aantrekkelijkheid en geloofwaardigheid van het boek verhogen, maar Weinberg geeft in zijn voorwoord aan dat hij beseft dat zijn aanpak op achterdocht kan stuiten bij academische wetenschapshistorici. De polemische bespreking door Shapin was dus allerminst een verrassing.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 72. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen