Deel dit artikel

vele beleidskwesties hebben een rechtstreekse invloed op gezinnen: niet alleen kinderopvang en onderwijs, maar ook gezondheidszorg en welzijn in bredere zin. wanneer beleidsmakers beter inzicht krijgen in hoe hun beslissingen inspelen op hoe gezinnen functioneren in het dagelijkse leven, kunnen ze effectievere maatregelen nemen, bijvoorbeeld op vlak van werk-levenbalans of kwaliteit van leven. gezinnen kunnen weliswaar zoveel verschillende vormen aannemen dat we ons moeten hoeden voor stereotypering en stigmatisering.

Gezinsonderzoek: balanceren tussen inzichten en vooroordelen

Karla Van Leeuwen

‘Gezinnen’ als uitgangspunt gebruiken voor onderzoek – onder meer in het kader van beleidsvoering – is tegelijk zeer zinvol en enigszins riskant. Enerzijds vormen gezinnen een fundamentele eenheid in de samenleving, waardoor gezinsonderzoek kan helpen om de behoeften en uitdagingen te begrijpen die representatief zijn voor deze groep. Vele beleidskwesties, zoals kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg en welzijn, hebben een rechtstreekse invloed op gezinnen. Het begrijpen van gezinsdynamieken, zoals rolverdeling, communicatiepatronen en de manier waarop gezinsleden met elkaar omgaan, kan leiden tot het beter in context plaatsen van beleidsvoering. Met andere woorden: het beleid kan hierdoor inzicht verwerven in hoe haar huidige werking inspeelt op het functioneren van gezinnen in het dagelijkse leven. Samen met het inventariseren van noden bij gezinnen kan dit hopelijk leiden tot het creëren van oplossingen op maat die rekening houden met de uniciteit van gezinnen of tot effectievere maatregelen, bijvoorbeeld op vlak van werk-levenbalans of kwaliteit van leven van kinderen en ouders. Anderzijds is een valkuil dat de benadering van gezinnen als homogene entiteit kan leiden tot generalisaties die onrecht doen aan de diversiteit binnen gezinnen. Een gezinsgerichte benadering, bijvoorbeeld door te focussen op de gezinssamenstelling, kan ook stereotypering of zelfs stigmatisering in de hand werken. Zo wordt vaak aangenomen dat kinderen met ouders na een relatiebreuk of met stiefouders in een moeilijke opvoedingscontext moeten opgroeien, of dat kinderen in een eenoudergezin veel tekort komen. Daarnaast houdt een benadering van het gezin als geheel mogelijk te weinig rekening met behoeften van individuele gezinsleden, vaak die van de kinderen. Geen rekening houden met de complexiteit van gezinsdynamieken en de verschillende relaties met personen binnen en buiten het gezin kan leiden tot het verzanden in een weinig genuanceerd beeld van gezinnen. Deze risico’s zijn tevens verbonden aan andere categoriale benaderingen in onderzoek, waarbij men groepen met elkaar vergelijkt, bijvoorbeeld op vlak van socio-economische status, religie, of (culturele) herkomst, en men verschillen tussen individuen binnen die groepen negeert.

Een voorbeeld van een gezinsonderzoek is de gezinsenquête, een initiatief van het Departement Zorg van de Vlaamse Overheid, opgezet in samenwerking met experten in gezinsonderzoek en -beleid. De gezinsenquête heeft tot doel om, vertrekkende vanuit de beleving van gezinnen, beleidssuggesties te formuleren. Vragen die gesteld worden, zijn: hoe kijken gezinnen naar zichzelf? Hoe ervaren ze de relatie met verschillende gezinsleden, zoals de eventuele relatie met een partner of met de kinderen? Hoe beleven ze de opvoeding? En hoe ervaren ze de combinatie van gezin, zorg en werk? De schriftelijke bevraging omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve vragen die dieper ingaan op de persoonlijke beleving van tal van thema’s op vlak van gezinsfunctioneren, partnerrelatie, opvoeding, enzovoort. Om de steekproef samen te stellen, schreef het Rijksregister personen met een kind jonger dan 25 jaar aan, dus één persoon per gezin.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 84. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen