Deel dit artikel

de britse moraalfilosoof derek parfit was van mening dat niets in het leven ertoe doet als we niet kunnen aantonen dat er zoiets bestaat als een objectieve moraal. volgens die objectieve moraal hebben we de plicht om anderen zo goed mogelijk te helpen en de wereld zo effectief mogelijk te verbeteren. parfit was dan ook een sleutelfiguur binnen de beweging van het effectief altruïsme en had nog het meeste invloed op het gebied van de populatie-ethiek.

Over Derek Parfit en wat ertoe doet

Stijn Bruers

‘Een handeling is slecht als en enkel als, of precies wanneer, zulke handelingen niet toegelaten zijn volgens een principe dat niemand redelijkerwijs kan verwerpen.’ Een stevige doordenker, maar het zijn misschien wel de belangrijkste woorden van de Britse moraalfilosoof Derek Parfit (1942-2017). Ze verschenen in zijn lijvige boek On What Matters (2011), waar hij meer dan tien jaar lang als een bezetene aan heeft gewerkt. In dat boek van bijna 2 000 pagina’s probeerde Parfit aan te tonen dat er objectieve gronden zijn voor de moraal en dat moraal dus niet louter een uiting is van willekeurige, subjectieve meningen, noch een dictaat van een goddelijke macht. Parfit was van mening dat, als we niet kunnen aantonen dat moraal objectief is, niets in zijn leven ertoe deed. Volgens die objectieve moraal hebben we een zekere plicht om anderen zo goed mogelijk te helpen, om de wereld zo effectief mogelijk te verbeteren. Hiermee is Parfit een sleutelfiguur binnen de effectief-altruïsmebeweging. Zijn uitdagende en heldere gedachte-experimenten tonen echter aan dat we nog niet zo goed weten wat we precies bedoelen met dat ‘verbeteren van de wereld’. In zijn oeuvre stelde Parfit nieuwe, heel belangrijke vragen en plaatste hij goede richtingaanwijzers die ons ver vooruit brengen. Maar ze brengen ons nog niet tot allesbevredigende antwoorden.

De doordenker waarmee dit essay begon, is de kortste van de drie formuleringen van Parfits Triple Theory, zeg maar de grote synthese in de moraalfilosofie. Parfit beweerde dat de drie grote stromingen in de moraalfilosofie dezelfde berg beklimmen langs drie verschillende paden. Die drie stromingen zijn consequentialisme (van John Stuart Mill en Henry Sidgwick: kies datgene wat de beste gevolgen heeft en verhoog het welzijn in de wereld), contractualisme (van John Rawls en Thomas Scanlon: maak redelijke afspraken met anderen en onderschrijf een maatschappelijk verdrag) en Kantianisme (van, je raadt het al, Immanuel Kant: volg onvoorwaardelijke regels en vervul je morele plichten). Als de drie fundamentele principes van die drie theorieën correct geherformuleerd worden, dan convergeren ze aan de top van de berg tot eenzelfde objectief, universeel, consistent uitgangspunt in de moraal. Dat grondbeginsel bepaalt nauwkeurig wanneer een handeling slecht is. Erg controversieel allemaal: volgens vele filosofen is dergelijke unificatie in de moraal te mooi om waar te zijn.

Het vervolg van dit artikel lees je in de papieren versie van Karakter 84. De volledige tekst verschijnt later online.

Deel dit artikel
Gerelateerde artikelen